Recensie - De weg Cormac McCarthy



Een jaar geleden plaatste ik deze recensie van De weg op Hebban. Het is nog steeds het indrukwekkendste, en ook heftigste boek dat ik de afgelopen jaren las. Daarom wil ik het graag nog een keer onder de aandacht brengen. 

Een gruwelijk mooi en wanhopig boek, vertelt de achterflap. Een warmbloedig en ijzingwekkend meesterwerk.
Meestal moet je de superlatieven op de achterkant van een boek natuurlijk met een korreltje zout nemen.
Niet bij dit boek.
Alles wat er op de achterflap te lezen valt, is waar. Ieder superlatief valt in het niet bij de beklemmende schoonheid, de gruwelijkheid en en diepmenselijke gevoelens die dit boek oproept.
Ik speel soms een spel waarin zombies de wereld overgenomen hebben, en waarin de enige manier om in leven te blijven, het doorzoeken van leegstaande huizen en ziekenhuizen, winkels is, op zoek naar middelen om in leven te blijven. Een blikje cola, een rol verband, een kledingstuk. Tijdens het lezen van De weg waande ik me in de wereld van dit spel. Zo zou het dus echt zijn.


Inhoud


 Een post-apocalyptische wereld waarin niets meer groeit. Het is koud, alles bedekt met as. In dit landschap bewegen een vader en een zoon zich langs hoofdwegen voort naar het zuiden, op weg naar een plek waar het warmer is.
Ze leven van dag tot dag, en moeten overleven op de laatste restjes van een verloren gegane beschaving: een kan benzine hier, een nog niet ontdekte plank met weckpotten daar.
Ze zijn niet alleen. Er zijn niet veel mensen meer over, maar degenen die er nog zijn, zijn soms levensgevaarlijk. Mensen vertrouwen is een groot risico, en daardoor is het vrijwel onmogelijk met goedaardige mensen in contact te komen.
In een wereld waar niets te eten is, kiezen sommigen ervoor om tot het uiterste te gaan. Het boek kent dan ook enkele zeer grimmige, angstaanjagende momenten waarin de man en de jongen ontsnappen aan gewapende bendes, aan menseneters.
Maar er zijn ook ontmoetingen die minder eenduidig zijn. Genadeloos laat McCarthy ons zien hoe de omstandigheden van goede mensen wantrouwige, op overleven gerichte individuen maken.
Langzaam wordt duidelijk hoe uitzichtloos de situatie van de mensen in deze desolate wereld is, hoe ze hun hoop verliezen, maar zich toch vastklampen aan het leven.

Grimmig proza in sublieme stijl


 De stijl van het boek is subliem. In terughoudend, poetisch proza beschrijft McCarthy de reis en de interactie van vader en zoon, in een stijl die doet denken aan die van Harman Nielsen, of Anthony Doerr. Ogenschijnlijk eenvoudig proza, maar zo trefzeker in het scheppen van sfeer dat het je zonder dat je het door hebt onder de huid kruipt.
De dialogen in het boek zijn vaak heel eenvoudig, gericht op de simpele zaken van het overleven. Veel woorden zijn niet nodig. Toch hebben de gesprekken meestal een lading die de zorgen van alledag overstijgt.
De weg is een eenvoudige vertelling. Het ontbeert een ingenieuze plot, het vertelt van moment tot moment hoe vader en zoon door het landschap trekken. De vader denkt af en toe terug aan zijn leven van voor de ramp, de zoon heeft die herinneringen niet.
De vader is ernstig ziek. Gaandeweg blijkt dat het jongetje dat weet, ook al verbergt zijn vader het voor hem. Het brengt subtiele verschuivingen in hun rollen teweeg.
Bijzonder in het boek is dat de auteur geen aanhalingstekens gebruikt voor gesproken tekst. Eigenlijk vond ik dat wel mooi, heel rustig en het past goed in de schrijfstijl. Het geeft de gesprekken iets terloops, zelfs als hun lading vreselijk heftig is. In het volgende citaat wordt dat wel duidelijk:

Dozen en tassen. Alles gesmolten en zwart. Oude plastic koffers, tot amorfe klonten vervormd in de hitte. Hier en daar afdrukken van dingen die door voddenrapers uit de teer waren losgetrokken. Een kilometer verder stuitten ze op de eerste doden. Gedaanten die half waren weggezakt in het asfalt, zich met huilende monden aan zichzelf vastklampten. Hij legde zijn hand op de schouder van de jongen. Hou mijn hand vast, zei hij. Ik denk niet dat je dit zou moeten zien.
Want wat je in je opneemt blijft voor altijd in je hoofd zitten?
Ja.
Het geeft niet, papa.
Hoezo geeft het niet?
Het zit er allemaal al in.
Ik wil niet dat je ernaar kijkt.
Dan blijft het er ook in zitten.
Hij bleef staan en leunde op de kar. Hij keek omlaag naar de weg, dan naar de jongen. Zo eigenaardig onaangedaan.
Waarom lopen we niet gewoon door, zei de jongen.
Ja. Oke.

Liefde tussen vader en zoon


Heel bijzonder is de intimiteit zonder woorden die McCarthy eerder in beeld brengt dan beschrijft. Namen hebben hun betekenis verloren in deze wereld waarin ze volledig op elkaar aangewezen zijn en elkaars universum vormen. Nergens komen we de leeftijd van de zoon te weten, of zijn naam. Maar je moet wel houden van dit jochie dat in een wereld waar daar geen enkele reden voor bestaat de principiële goedheid van kinderen in zijn hart bewaart.
Een kind in een wereld waar het niet mogelijk is om kind te zijn. De angst van het jochie wordt op verschillende momenten bijna tastbaar. Angst voor andere mensen, angst om zijn vader te verliezen. Tegelijkertijd worstelt hij met zijn hunkering naar andere mensen, vooral kinderen. De zoektocht naar andere goede mensen, 'de goeden' vormt een rode draad doorheen het boek. De vader is pragmatisch, bereid zijn kind tot het uiterste te verdedigen en dat ook nog voor zijn zoon te rechtvaardigen. De discussies die daaruit volgen geven het dilemma aan: hoe blijf je de goede in een wereld waarin de slechten je regelmatig dwingen tot daden die recht tegen je hart in gaan?
Vader houdt zich op de been met zijn liefde voor zijn zoon, met een koppig vasthouden aan de gedachte dat het niet voor niets kan zijn, mág zijn. De zoon klampt zich vast aan de vader.
Gedachten aan het einde komen regelmatig voor in het boek. De dood is nooit ver weg, niet in de gedachten van de personages, noch in hun realiteit.
Het zijn personages die je tegen je aan wilt drukken, in je hart wilt sluiten.
Tegen het einde neemt de beklemming en de dreiging van het onvermijdelijke zulke vormen aan dat ik, helemaal tegen mijn gewoonte in, door moest bladeren naar het einde. Ik kon het gewoon niet verdragen om verder te lezen zonder te weten hoe het af zou lopen.
En na het lezen zinderde dit boek nog door – zelfs nu krijg ik nog kippenvel als ik erover nadenk.

De weg is het Druiven der gramschap van de eenentwintigste eeuw.
En hoewel Steinbeck een realiteit beschreef, het verlies van de mensen in zijn tijd, beschrijft McCarthy wat we te verliezen hebben – door ons te laten zien hoe het kan zijn, zal zijn.
Dit is werkelijk een magistrale roman.

Reacties