Tien problemen die je tegenkomt bij het creëren van sterke personages in fantasy


afbeelding van Daren |Horley


Hoe creeer ik een overtuigend personage in fantasy?

Personages in fantasy zijn niet anders dan de personages in een historische roman, of in een literair drama, of een liefdesverhaal dat zich afspeelt op het Afrikaanse platteland: het blijven namelijk mensen. Zelfs als het geen mensen zijn: daarover in een volgend artikel meer.

Dat wil niet zeggen dat mensen in verschillende omstandigheden, culturen, tijden niet heel andere manieren hebben om over het leven na te denken en totaal verschillend tegen bepaalde kwesties aan kunnen kijken, maar dat doen ze binnen de begrenzing van menszijn.
De overeenkomsten maken dat we ons ook kunnen inleven in personages uit totaal andere tijdvakken. De verschillen maken dat we geboeid worden door de reacties van deze personages.

Hieronder tien veel gemaakte fouten en tips om je personages veel sterker te maken:

1. De omgeving en het personage staan los van elkaar

Personages zijn opgegroeid in een omgeving, en als je fantasy of SF schrijft is de kans groot dat dat niet dezelde omgeving is als waarin jij, de schrijver, bent opgegroeid of je bevindt.
Soms maak je dan de fout om de omgeving los te zien van het conflict, of de manier waarop de personages reageren.
Dat maakt dat de lezer je omgeving ervaart als een stuk decor, een achtergrond die volledig los staat van de ontwikkeling van het verhaal. Het verhaal speelt zich af op mars, maar het had net zo goed in een buitenwijk van Almere kunnen gebeuren.
De kans is groot dat je als schrijver hier niet goed (of niet goed genoeg) hebt nagedacht over hoe je personages zich in de wereld die je geschapen hebt bevinden. Je hebt niet nagedacht over historie, hoe je personages zijn opgegroeid, wat voor banden ze met hun wereld hebben, wat hun plaats erin is (zowel wat betreft de relatie tussen omgeving als tot maatschappij), hoe ze er zelf tegenaan kijken en wat ze met en van hun wereld willen.
Dat zijn allemaal dingen die niet per se in het verhaal hoeven te worden uitgeschreven, maar het is wel van belang dat jij, schrijver, dat op een rij hebt.

2. Het personage weet zelf veel te weinig van de omgeving

Dit is een euvel dat vaak voorkomt bij een beginnende auteur die zijn first draft naar een amateuristische uitgeverij stuurt, geen goede redactie krijgt en een boek publiceert dat gewoon totaal niet doordacht is.
De auteur is begonnen vanaf een nulpunt: zonder veel vraagtekens vooraf is hij of zij lekker gaan schrijven, en is tegelijkertijd met het personage de wereld gaan verkennen.

Op zich is dat niet verkeerd, je kunt zo een heel eind komen.

Maar niet als je later niet heel scherp en zorgvuldig redigeert. Die eerste hoofstukken herschrijf je dan aan de hand van wat je inmiddels over de wereld weet. Want natuurlijk weet je personage (meestal) wél heel veel over de wereld waarin hij zich bevindt, en natuurlijk loopt het verhaal veel lekkerder als het personage ook vanaf het begin al weet waarheen hij wil en waarom.

Je herkent deze schrijfwijze vaak aan een begin waarin het hoofdpersonage geheugenverlies heeft of op een wildvreemde plaats wakker wordt zonder enige clou waarom hij daar is.
Alle alarmbellen gaan af bij het personage dat wakker wordt in een witte kamer.... De schrijver laat zich iets te veel inspireren door het wit van zijn papier.

Je kunt natuurlijk best een personage in het grote niets dumpen. Maar dat werkt alleen als je als schrijver juist wél weet waarom je dat personage op die plaats gedumpt hebt. Een voorbeeld van een verhaal waarin wakker worden zonder dat je weet wie en waar je bent het begin is van een ingenieuze plot, is Boy 7 van Mirjam Mous.

3. Het passieve personage

Dit is een personage dat niet weet wat het wil, dat geen eigen inbreng heeft, dat de plot als het ware volgt, in plaats van de handelingen te sturen.
Er zijn grofweg twee oorzaken van slappe hoofdpersonen: de schrijver heeft niet goed geplot en dus vraagt hij zich de hele tijd af hoe het verder zal gaan, net zoals het personage. Dit ligt in het verlengde van het vorige punt.
Vooral in eerste en derde persoon kan dat heel irritante vormen aannemen en lezers kunnen een boek hier echt om wegleggen.
De tweede oorzaak is een introverte schrijver die zelf niet zo snel een stap naar voren zet, die zelf een passief personage is in zijn eigen wereld.

De oplossing voor het eerste probleem is plotten, plotten, plotten. Schrijf het verhaal uit. Ga terug naar de tekentafel als je merkt dat het niet wil vlotten. Een verhaal dat niet makkelijk geschreven wordt mist meestal structuur. Denk in je hoofd na over je personages. Zelf praat ik met mijn personages. Tijdens lange autoritten sluit ik mijn ogen, en denk een scene uit het verhaal helemaal uit, alsof ik toeschouwer van de film ben.

De oplossing voor het tweede is wat lastiger. Een van de eerste waardevolle adviezen die ik ooit kreeg kwam van een jurylid van de Paul Harlandprijs. Ik had een premiejager als personage dat veel te lief overkwam. Het advies was: observeer mensen waaraan je de pest hebt.
Dat vond ik nogal lastig, want mensen waaraan ik de pest heb, mijd ik als de pest.
Toch bleek dat achteraf een van de meest waardevolle adviezen ooit: de meeste mensen zijn in staat tot heel naar, egoistisch, zelfzuchtig, soms ronduit wreed gedrag, maar als je dat niet zo heel erg in je hebt, mis je daar een belangrijke bron. Om tot een goed verhaal te komen is het veelal nodig dat je een aantal personages hebt dat dan toch in ieder geval over de eigen schaduw heen stapt en opkomt voor de eigen behoeften en rechten. Het is niet erg als een personage schuw begint, maar laat het in ieder geval een ontwikkeling doormaken.



Het is voor lezers erg moeizaam om enkele honderden pagina's op te trekken met een personage dat constant aarzelt, twijfelt, het niet aandurft en het verhaal eigenlijk over zich heen laat komen.
Als je merkt dat je personage een sukkel is, of als je merkt dat het nergens een keuze maakt die het verhaal beinvloedt, aarzel dan niet en snijdt je verhaal rigoureus aan flarden, en herschrijf met een sterker personage in gedachten.

Zolang je maar niet het hele verhaal je personages laat jammeren en dralen is alles goed.

4. Het personage is een ongelooflijke zak

Dit is het tegenovergestelde van het muizige personage: dit personage is ronduit onsympatiek. Soms werkt dat wel, zoals in American Psycho. Daar heeft dit type personage een functie.
Het heeft meteen zijn eigen beperking: ik ken heel wat mensen die dit boek echt niet uitgelezen kregen, omdat ze het niet trokken om opgescheept te zitten met zon ongelofelijke klootzak. Ook mensen die het boek niet eens oppakken omdat ze geen zin hebben de wereld te bekijken door de ogen van een coke-snuivende, narcistische sadist.
Als je er geen doel mee hebt, dan raad ik je niet aan van je hoofdpersonen echte eikels te maken.
Mensen die anderen lachend de keel doorsnijden, of stiekum kwaadspreken om zelf die promotie te krijgen kunnen over het algemeen niet op onze sympathie rekenen, tenzij we ze met onzelf identificeren.
Mensen hebben een ontzettend rekkelijke moraal: doen wij of iemand die we mogen iets wat we in principe als fout zien, dan kunnen we er makkelijk een draai aan geven waardoor dat gerechtvaardigd is.

Het kan dus geen kwaad je hoofdpersonage een smerige streek uit te laten halen, zolang de lezer eerst maar de kans heeft gekregen om zich met de aardige kanten van het personage te identificeren en zolang de lezer maar kan begrijpen waarom je personage dat doet (wraak op een hele nare ex zal een stuk beter ontvangen worden dan het martelen van een babykonijntje.)

5. Personages waar je als lezer veel tijd in investeert en vervolgens.... niets

Als schrijver doe je beloftes aan de lezer. Ergens over uitweiden, een personage uitdiepen en een rol in het verhaal geven, is in feite zo´n belofte. De lezer anticipeert hierop. Als die beloften vervolgens niet ingelost worden, dan is dat uitermate vervelend. Je pact met de lezer staat onder druk.

Geef je een bepaald personage dus bepaalde eigenschappen, laat je hem handelingen uitvoeren in het verhaal en geef je hem daardoor een aandeel in de plot, dan zul je dat personage ook een aandeel in het eindspel moeten geven, of een duidelijke reden moeten geven om uit het verhaal te verdwijnen. Anders is de kans groot dat de lezer zich bekocht voelt en het boek teleurgesteld weglegt uiteindelijk.

6. Bijfiguren die een zeer uitgebreide introductie krijgen

Je kunt niet al je figuren een even grote rol in het verhaal geven, dat wordt veel te belastend voor de lezer, en je plot gaat er doorgaans ook niet erg op vooruit als je iedereen even hard laat praten.
Beginnende schrijvers maken nogal eens de fout om geen onderscheid te maken tussen hoofdpersonages en bijfiguren wat betreft introductie.
Als de bakker alleen een brood verkoopt en nooit meer opduikt in het verhaal, is het echt niet nodig om te vertellen dat zijn zoon te laat thuis komt en hij zich zorgen maakt, dat zijn vrouw die nacht weer geen zin had, wat hij van het personage vindt waar hij het brood aan verkoopt, en dat zijn aandelen er slecht voor staan.
Volsta in zon geval met 'hij overhandigde het brood.'
Dan weet je lezer namelijk ook dat dit een personage is waar hij geen tijd in hoeft te investeren, dat geen rol in het verhaal speelt. Lezers houden niet van dit soort onduidelijkheid, en je maakt je verhaal er niet sterker mee, en bovendien maakt het je verhaal onnodig traag en zwaar om te lezen.

Natuurlijk zijn er ook personages die iets meer doen dan een brood verkopen, maar toch minder aandeel in het verhaal hebben dan je hoofdpersonage. Bedenk in dat geval goed hoeveel kleur je ze moet geven, om het verhaal op gang te houden. Minder dan het hoofdpersonage, maar iets meer dan die bakker. Houdt het relevant.

7. Het hoofdpersoon dat alles tegelijk is

Je hoofdpersonages moeten natuurlijk round characters zijn. Maar dat wil niet zeggen dat ze van hot naar her vliegen in hun reacties en emoties, dat vergt veel te veel investering van de lezer en de vraag is of je personage er wel sterker van wordt.
Als je personage de ene keer heel angstig is om de straat op te gaan, maar dan zonder verdere aanleiding ineens een vlammend betoog voor een grote menigte houdt, dan komt dat niet erg geloofwaardig over. De lezer gooit je boek op een stapel en besteedt er verder geen seconde meer aan.
Hoofdpersonen mogen heel uitgebreid beschreven worden, graag zelfs, maar in relatie tot hun hoofdeigenschappen.
Een agent met een hart van goud, meer nieuwsgierigheid dan goed voor hem is en een opvliegend karakter heeft daar zijn handen aan vol gedurende de 300 paginas van je verhaal.
Hetzelfde geldt voor het hele verleden van je personage, al zijn hobbys enz. Het is heel belangrijk dat jij, de schrijver, alles weet over je personage. Maar het is lang niet altijd nodig en staat niet in dienst van het verhaal omdat ook allemaal uitgebreid in je verhaal te verwerken.

Sommige schrijvers maken lijstjes van eigenschappen, ze interviewen hun personages, ze houden er hele gesprekken mee in hun hoofd.

Andere gaan gewoon schrijven, en dan sluipt er dus heel wat informatie in het verhaal. Helemaal niet erg. Je kunt later nog schrappen.

8. Het plot bepaalt de handelingen van het personage

Dit gebeurt als de schrijver het verhaal ziet als een opeenvolging van handelingen, acties, scenes, zonder inzicht in de psychologie van de personages te hebben, of zelfs zonder daar interesse in te hebben. Als er al emoties in het verhaal zitten, zijn deze oppervlakkig uitgewerkt en niet erg overtuigend.
Dit is een lastige tekortkoming. Advies: kijk heel goed naar mensen – geen mensen in soapseries, maar naar echte mensen. Vraag je af waarom ze reageren zoals ze reageren, kijk hoe ze reageren, wat ze zeggen. Vraag je ook af, wat je met je verhaal wilt overbrengen en waarom iemand het zou willen lezen.
Dit is een lastige omdat empathie hier een rol speelt, net zoals levenservaring. Lichtpuntje: zelfs mensen die totaal geen inzicht of interesse in andere mensen hebben, hebben altijd nog zichzelf als bronmateriaal.

9. Het bordkartonnen personage

Dit personage komt veel voor in combinatie met het punt hierboven.
De schrijver heeft niet nagedacht over het personage. Hij weet zelf niet eens welke eigenschappen het personage bezit en ogenschijnlijk interesseert het hem ook niet – in het verhaal is te weinig over het personage terug te vinden om bij de lezer zelfs maar interesse op te wekken, en dat het hele verhaal lang.

Als je wilt dat je lezers het verhaal ongeveer bij pagina 25 wegleggen, is bordkarton je beste optie.
Heb je toch liever dat ze doorlezen, dan moet rond deze tijd de lezer toch wel het gevoel krijgen dat de personages de moeite waard zijn om verder nog enige tijd mee door te brengen. Dus zorg dat je personage rond dit punt in het verhaal door acties, reacties, gevoelens en gedachten al een duidelijke definitie gekregen heeft.

10. Personages leiden een eigen leven

Je hebt je verhaal keurig uitgedacht, en tijdens het schrijven merk je dat een van je personages onevenredig veel ruimte in het verhaal begint in te nemen. Het gebeurt, schrijven is een grillig proces.
Niets aan de hand: je kunt nu verschillende dingen doen. Ten eerste kun je bij herschrijven dit personage fors terugsnoeien en zijn plek wijzen. Het blijft een bijfiguur. Voordeel is dat je waarschijnlijk nu een heleboel tekst hebt, waaronder wat sterke fragmenten die je in het verhaal kun gebruiken, zodat dit figuur in zijn beperkte rol toch heel 'rond' aanvoelt.
Je andere mogelijkheid is ingewikkelder. Hierbij is het bijfiguur eigenlijk tot een hoofdpersonage uitgegroeid met een goed interessant in de plotontwikkeling. Het zou zonde zijn hier verder niets mee te doen. In dit geval heb je misschien wel een personage teveel. Je kunt nu een oorspronkelijke hoofdpersoon terugbrengen tot bijfiguur of zelfs schrappen (zelf bewaar ik zulke personages wel in een apart bestandje, je weet nooit of ze in een ander verhaal nog eens van pas komen.) Dit is de optie die wel veel werk kost, aangezien je waarschijnlijk nu je verhaal deels zal moeten herschrijven. Herplotten, herstructureren, scenes herschrijven in nieuwe perspectieven: welkom in het schrijversvak.

Een ander geval is het wanneer je hoofdpersonage lukraak door de plot heen begint te zwerven. Dit kan je als schrijver best een poos laten gebeuren – dat levert soms hele interessante ontwikkelingen op. Maar schrijven vergt ook een fikse dosis discipline, en op een gegeven moment zul je moeten teruglezen om misschien tot de conclusie te komen dat je plot te vaag wordt, inconsistent of wijdlopig.
Tijd om je onwillige personage terug op zijn plek te zetten en de plot te repareren.






Reacties