De Wintertuin Paul Harland

De wintertuin, verzamelde verhalen van Paul Harland 1, is een herpublicatie van de in 1993 bij Babel uitgegeven bundel Remote Control, maar dan minus twee verhalen.
De naam Paul Harland zal velen niet onbekend in de oren klinken: de belangrijkste verhalenwedstrijd van de Nederlandstalige fantasy, science fiction en horror is immers naar hem vernoemd om zijn nalatenschap aan het genre te eren. Ik moet eerlijk zeggen dat ik nog niet eerder wat van hem gelezen had.
Paul Harland is het pseudoniem van Joost Smit, die omgebracht werd door zijn echtgenoot in 2003. Hij heeft een compact oeuvre achtergelaten, waaronder enkele Engelstalige publicaties.
Opvallend aan Harland is dat hij vaak schrijft in collaboratie met andere auteurs, met name Tais Teng en Paul Evanby. Ook in de bundel De wintertuin, het eerste van drie delen verzameld werk uit de nalatenschap van Harland, werkt hij samen met diverse auteurs. Slechts drie van de verhalen zijn geheel van zijn eigen hand. Enkele van de verhalen zal ik uitgebreid bespreken omdat ze samen een goed overzicht geven van de inhoud van de bundel.

De wintertuin opent sterk met het titelverhaal. In mild archaisch, dromerig proza waarin Harland fijnzinnig gekozen woorden samensmeedt tot rijke beelden, wordt een sprookje neergezet over een aantal jongens die wonen in een wereld van sneeuw. Een wereld waarin ze al leven zolang als iedereen zich herinnert. Alleen binnen een beschermende rozenhaag is het leven mogelijk.
Een van hen, Yver maakt een nieuwe jongen van sneeuw, maar om deze tot leven te wekken is een rode roos uit de haag nodig, alleen duurt het wachten erop zo lang.... Daarom besluit Yver een witte roos te gebruiken. Hij overschrijdt hiermee een ongeschreven verbod. En zoals gebruikelijk in sprookjes, heeft dat gevolgen. Sneeuw, zoals de nieuwe jongen heet, is een vervelende indringer in een wereld waar iedereen zachtaardig met elkaar in harmonie leeft. Hij zet mensen tegen elkaar op, heeft al vlug moorden op zijn geweten en zet de appelboom in de fik. En waar Yver een roos uit de rozenhaag geplukt heeft, dringt de sneeuw hun onbezorgde wereld binnen.
Wat volgt is een proces waarin de jongens tegelijkertijd proberen om de indringer te bestrijden, maar ook bij hun waarden te blijven: hoe kan goedheid omgaan met het kwaad? Wanneer wordt goedheid slapte, en wanneer slaat jezelf beschermen om in het vernietigen van je eigen waarden? Het is een thema dat nooit aan actualiteit zal inboeten, en dat in het licht van de eigenaardige omstandigheden rond Harlands eigen einde ook wel een wrange smaak krijgt.
Een foute keuze die een einde maakt aan de onschuld, een appelboom die in de fik gaat... het ligt voor de hand om aan Eva's hap uit de appel te denken. Maar Harland schrijft zijn eigen verhaal, en blijft de jongens eigen keuzes geven waardoor het schuld-en-boete-element een heel andere impact krijgt. Prachtig verhaal.

Het volgende verhaal, Buitendijks in straten van licht, is een samenwerking met Tais Teng en in 1990 verschenen in de Rare Boekjesreeks.
Tess erft het zakenimperium van de familie als haar vader overlijdt. Al vlug probeert iemand haar te chanteren, en ze is slim genoeg om snel te ontdekken wie dat is. Ze besluit tot een tegenactie en komt in aanraking met de hackers van Buitendijks, een leefgemeenschap op zee voor de minder gefortuneerden. Tess past zich vlug aan aan het leven in Buitendijks, neemt wraak en besluit vervolgens om haar leven in eigen hand te nemen.
Tais Teng is natuurlijk een oude bekende, van hem las ik enkele romans, onder andere De Verschroeide Veer. De wereld die geschetst wordt voelt direct vertrouwd voor een lezer die bekend is met Tengs werk. Het leven in een verzopen Nederland, met verschillende rangen en standen die in gescheiden werelden leven zien we ook in later werk terug. Verder zijn de personages ook erg Tengs, flitsende, snel denkende mensen die duidelijke keuzes maken en daarbij een paar handigheidjes in het sociaal verkeer niet schuwen.
Waar Harlands invloed zich op het eerste gezicht laat gelden, is in de taal. Waar Teng de neiging heeft in uitgebeend proza van de hak op de tak te springen, wat er soms voor zorgt dat je als lezer wel erg goed bij de les moet blijven, heeft Harland een soort kalmerende werking op het taalgebruik waardoor dit verhaal bijzonder prettig te lezen is. Het taalgebruik is vloeiend en afgerond, de zinnen zijn prettig uitgewerkt. Ook in de opbouw van het verhaal is dat terug te zien, ook hier geldt dat de diverse elementen verder uitgewerkt zijn, waardoor het geheel makkelijker te volgen is.
Dit is een verhaal waarin het SF voornamelijk als een decor wordt gebruikt. Met allerlei associatieve, bizarre beelden en woorden wordt een exotisch sfeertje opgeroepen – zeg maar het Star Wars kroegeffect.
“ De restauratie was zo goed als uitgestorven. Achter de kassa zat een verveelde pakistani zijn pornostrip te betasten. In een hoek van het restaurant dansten zes clochards een sarabande met een kwetterende witte gibbon.”
In snel tempo passeren SF-vondsten de revue. Een politie die geen cellen meer heeft maar een slot om iemands hoofd gespt zodat deze willoos wordt – ontegenzeggelijk praktisch. Hemelwebben die de schadelijke straling van de zon tegenhouden. Computers die kunnen gedachtenlezen. Het is er allemaal.
En toch... dit verhaal had ook verteld kunnen worden zonder al die opsmuk. De SF-elementen zijn amusant, ze zijn elegant. Dat geldt ook voor de samenleving die wordt geschetst: hier wordt kort aangestipt dat het verschil tussen arm en rijk hemelschrijend groot is. De rijke Tess constateert dat een arme vrouw aan kanker leidt en beseft dat genezing ver buiten haar bereik ligt. Maar het raakt haar niet, het raakt het verhaal niet, het blijft decor en dat is dan toch ergens jammer.

Kort wil ik wat kwijt over het volgende verhaal, Hartelijk dank voor de paars gestippelde das. Dit verhaal is in samenwerking geschreven met Jannelies Smit.
Een delegatie van de universiteit van Blauw Broodboom landt op een wereld om te zien hoe een experiment op de bevolking gegaan is. Al vlug wordt duidelijk dat het gruwelijk is mis gegaan, alleen een dronkaard lijkt op het eerste gezicht nog in leven. De wetenschappers zoeken in de nieuwsarchieven terug wat er gebeurd is.
Dit is een verhaal over wraak. Voor mij was het allemaal te veel een puzzel waarvan de stukjes aan het einde op hun plek vielen. Daarbij was de puzzel aan het begin nog interessant, maar de uitleggerige dialoog aan het einde om de plot uit de doeken te doen – lang nadat de lezer het al uitgeknobbeld had – was wat jammer. Ook hier miste ik weer de echte emoties, gebeurtenissen lijken langs de personages af te glijden. Voor mij was dit verhaal daardoor toch wat minder bevredigend.

Dan volgt weer een samenwerking met Tais Teng: Rasclew of de kunst van het bloemhouwen.
Axtell groeit op in de ongerepte natuur van de planeet Ardulais. Hij is echter voorbestemd om te huwen met een meisje op de naburige planeet Rasclew, een steriele planeet waar alles kunstmatig is – huwelijken worden geregeld door een commissie. Hij barst echter van de heimwee. Zijn vrouw en hij groeien uit elkaar, deels omdat hij niet kan aarden in haar wereld. Axtell bedenkt een plan om terug te keren naar zijn thuisplaneet. Maar of dat lukt?
Teng en Harland hebben veel aandacht geschonken aan de natuur van Ardulais, aan de zorgvuldige interacties hiermee van de mens op deze planeet en zetten dat mooi tegenover de wereld Rasclew waar niets natuurlijk is en de natuur enkel in gemanipuleerde en bedwongen manier ten dienste van de mens staat.
Dit is een sterk verhaal. Hier vormt de omgeving niet zomaar een decor maar vormt de aanleiding voor de problemen en keuzes van het hoofdpersonage. Hoe een individu zich bekneld weet door tradities en wetten en en keuzes maakt waarin veel op het spel staat.

Retrometheus is een samenwerking met Mike Jansen. Ik heb van deze auteur enkele korte verhalen gelezen als jurylid voor Fantastels, en dat smaakte naar meer. Dus ik begon met hooggespannen verwachtingen aan dit verhaal. Jammer genoeg vond ik het een van de mindere uit deze bundel. Eerlijk gezegd begon dat al met de premise. Diep Oscar Wilde en Napoleon uit de geschiedenis op om de USSR een nieuwe impuls te geven.
De strijd die vervolgens tussen de heren ontstaat vond ik niet erg overtuigend. Er is te weinig interactie met de al bestaande machtsfactoren en daardoor blijft dit verhaal een academische vingeroefening. Maar misschien is dit type verhalen gewoon niet my cup of tea, kan ook.

Eligie voor kleine helden is een samenwerking met Paul Evanby. Een wereld waarin mensen op wortels wonen en waarin sla drijft, dat kan al vlug de kneuterigheid van een ouderwets jeugdboek krijgen. Maar nee, deze wereld voelt echt aan, is goed uitgewerkt en wordt ook nergens uitleggerig, we ervaren hem door de ogen van de personages als rond en rijk. Op deze wereld is de atmosfeer ongeschikt voor mensen en groentes zijn genetisch gemanipuleerd om als woonplaats voor hele gemeenschappen te dienen.
Het is een beschaving in verval, oorspronkelijke kennis van het onderhouden en kweken van wereldgroentes is aan het verdwijen. Tegen deze achtergrond bewegen de kleine helden, de personages van dit verhaal zich. Hoewel ze zich voor praktische problemen gesteld zien en tot het uiterste gaan om zichzelf en hun wereld te redden, heeft deze intieme elegie de weemoedigheid die je mag verwachten. Het gebeurt niet zo vaak dat een kort verhaal mij echt weet te raken, door mijn hoofd blijft spoken. Hier gebeurde dat.
Alleen al voor dit verhaal zou je deze bundel moeten aanschaffen.

Het is wat bijzonder als je de schrijfkunsten van een auteur voornamelijk moet afleiden uit zijn samenwerking met je al bekende auteurs. Ik vind het dus ook bijzonder lastig om nu al conclusies te trekken over de schrijver Harland.
Over alle verhalen heen kan misschien vast opgemerkt worden dat Harland een begenadigd verhalenverteller is, met een goed gevoel voor hoe taal de sfeer beïnvloedt en een scherp oog voor zijn personages.
In samenwerking met Tais Teng leidt dat tot een rustigere bladspiegel en verder uitgewerkte scenes waardoor het verhaal over het algemeen minder springeriger is, en de veelheid aan ideeën des te beter uit de verf komt. Bij Paul Evenby vond ik opvallend dat het verhaal uiterst toegankelijk was geschreven, met name omdat de psychologische lagen dicht aan de oppervlakte kwamen.
Over de bundel als geheel valt natuurlijk wel wat te zeggen. Over het algemeen waren het fijn leesbare verhalen, waarbij opgemerkt dat een aantal ervan wat oppervlakkig bleven: het zijn elegante verhalen die vooral de zintuigen van de verbeelding prikkelen. De beelden- en ideeënrijkdom springt het meest in het oog. De synergie met auteurs die nu tot de meest vooraanstaande in de Nederlandse SF gerekend mogen worden geeft de bundel een extra dimensie. Ze laat zich lezen als een tijdsdocument: een boeiend inzicht in de fantastiek van eind vorige eeuw.


De wintertuin
Paul Harland
Uitgeverij Verschijnsel
ISBN 9789078720119



Reacties