De Duistere Heer - Het Ultieme Kwaad


In Vrouwe van Arak maak ik gebruik van heel wat van de bekende fantasy-elementen. Een jong meisje dat ontdekt dat ze bijzondere gaven heeft. Een queeste. Er moet nota bene een wereld gered worden. Al zet ik deze elementen naar eigen hand, uiteindelijk is mijn verhaal voor iedere argeloze lezer herkenbaar als fantasy.

Echter, een Duistere Heer komt er niet aan te pas. Dat komt, omdat ik zelf niet heel veel op heb met Duistere Heren en hun puur monsterlijke Duistere horden. De eendimensionaliteit stoot mij af.
Niet dat van mij iedere slechte daad van iedere slechterik door redenen omkleed hoeft te worden. Mensen doen elkaar kwaad, en soms doen zij dat zo achteloos en neemt dat zulke onvoorstelbare vormen aan dat alleen een Duistere Lord voldoet om dat kwaad neer te zetten. Of een zombie of vampier (wezens die wat mij betreft verkrachters en lustmoordenaars zouden kunnen symboliseren, die mensen die ons hersenloos, om hun eigen primaire behoeften te bevredigen, kwaad berokkenen en waarvoor we eigenaardig genoeg - het zal instinct zijn - vooral 's-nachts bang zijn.)
Mensen sturen elkaar welbewust als kanonnenvoer de oorlog in. Om olie, strategische posities, macht... Kan niet gek genoeg zijn of je leven wordt ervoor geofferd als je even niet oplet. Machthebbers in het dagelijks leven gedragen zich maar al te vaak als Duistere Heren. Macht corrumpeert. Maar: ze hebben daarvoor doorgaans zo hun redenen.

Wat mijn probleem is met Duistere Heren, is dat ze, doordat ze zo motiefloos door en door slecht zijn, per definitie een ongenuanceerd verhaal opleveren. Fantasyverhalen over Duistere heren lijken wel wat op de verhalen over de Tweede Wereldoorlog die net na de bevrijding werden geschreven. Omdat die verhalen zo zwart-wit gesteld zijn, missen ze het vermogen tot duiding van de menselijke natuur: grijstinten werden in de literaire kritieken van die tijd nadrukkelijk neergesabeld. Wát durfde je te zeggen over een Duitse soldaat die een kind redde, of over een tienermeisje dat verliefd werd op een 18-jarige Duitse soldaat die ook maar de oorlog in was geschopt?? Goed en kwaad wilde men in die tijd waarin de wrok tegen de bezetter nog de overhand had, geen rare verhalen over menselijke gevoelens en Slechteriken die goede daden verrichten. Of Goeien die ook wel eens wat stoms of gemeens uitspookten.

Fantasy wordt er nog wel eens van beschuldigd een simplistisch en geïdealiseerde wereldbeeld neer te zetten. En voor een deel van de fantasy gaat dat ook zeker wel op. Dat soort werk vindt over het algemeen gretig aftrek, dus misschien zou je kunnen stellen dat mensen behoefte hebben om even in werelden te vertoeven waar Goed en Kwaad scherp afgebakende entiteiten zijn, waar het conflict duidelijk is, de kaders helder, de spelers bekend. Waar romantiek en heldendom de boventoon voeren.
Wellicht kan die lezer ook prima zijn leeservaring relativeren en vindt zij het alleen fijn om zich even terug te trekken uit een realiteit waarin niets is wat het lijkt en waarin zij zich moet oriënteren op bakens die dagelijks verzet worden.
Duistere Heren vormen, zo bezien, niet alleen de personificatie van Enge Machthebbers. Ze belichamen ook onderbuikgevoelens, angst voor de toekomst, onzekerheid.

In de meeste fantasyromans zijn de voortekenen van het aan invloed winnen van een Duistere Heer overduidelijk.
Bijbelse plagen gaan vooraf aan zijn komst... Barre tijden, verzengende hitte, droogte, insectenplagen, of ijzige koude, stervende dieren, ziekten en plagen. De flora lijdt er doorgaans onder, en de fauna raakt onder invloed van de duistere heer corrupt.
Hoewel de plagen zich doorgaans beperken tot al sinds de Bijbel als 'slecht' afgeschilderde dieren als slangen, wormen, ratten...Ook in de categorie fantasiewezens is er een strikte tweedeling, eenhoorns niet, trollen, draken en andere wezens met een lage aaibaarheidsfactor wel. Slechts zelden overspoelen horden eekhoorns of andere pluizige diertjes de bewoonde wereld.
Dat juist deze wezens als personificatie van het kwaad worden ingezet is niet heel verwonderlijk: het zijn doorgaans wezens die instinctief onze angst opwekken. Uit onderzoek blijkt dat wij zelfs al bij een afbeelding van een slang of spin een hogere bloeddruk kunnen krijgen.
Schrijvers hoeven niet erg hun best te doen om de lezer van de slechte bedoelingen van een heerser te overtuigen die zich bedient van hordes wezens die hem instinctief al gevaarlijk voorkomen.

De Duistere heer spreekt niet. Hij lispelt, raspt, galmt of dondert. Zijn uiterlijk blijft vaak voor de lezer verborgen, al dan niet door een kap die zijn hoofd omhult of een masker. Als dat niet het geval is, is de Duistere Heer een afstotelijk wezen. Hij is een ziekelijke versie van een mens, compleet met de huid van een kettingroker, de bloeddoorlopen ogen van een pure alcoholist, en natuurlijk een afstotelijke uitdrukking van puur sadisme op zijn gelaat.
Of hij lijkt veel op de traditionele voorstellingen die men wereldwijd van duivels maakt, met rood opgloeiende ogen en soms zelfs met hoorns.
Waar Duistere Heren bijzonder goed in zijn, is maniakaal - of toch tenminste sardonisch - grijnzen. Dat maakt hun uiterlijk zo mogelijk nog afstotelijker.
Hier wordt het ingewikkeld. Waarom zien mensen in rondogige blonde helden automatisch het goede, en in mensen met afstotelijke lichaamskenmerken zo gemakkelijk het kwade?
Is er ook maar een enkel bewijs voor dat het zo werkt? Nee. Maar toch zit het ergens in onze geesten geprent, zozeer zelfs dat mensen met een verminking aan het gelaat amper over straat kunnen zonder bespot of zelfs bespuwd te worden.
Jezus is niet voor niets meestal blond op prenten, terwijl de kans toch vele malen groter was, gezien zijn afkomst, dat hij donkerharig was. Blonde haren en grote, blauwe ogen staan voor kinderlijke onschuld. Het is die onschuld die in fantasyromans een grote rol speelt, vandaar dat de held of helding van het verhaal meestal een jong persoon van eenvoudige afkomst is. Iemand die puur is, onbezoedeld.
Kleren maken de man, en dat geldt ook voor de outfit van de Duistere heer: die is natuurlijk onveranderlijk donker, doorgaans zwart. Donkerpaars of purper, bloedrood mogen ook omdat zij in ons het gevaar van een slachtpartij resoneren. Maar een Duistere heer in lichtgroene pofbroek en met een zomers strohoedje, wat denk je daarvan?
Idioot, niet?
Een Duistere Heer in driedelig kostuum dan? Waarom niet, het voldoet aan de eis van donkere kleding. En het staat ten slotte symbool voor macht.

Wanneer je macht een menselijker gezicht geeft, maakt dat het verhaal vele malen ingewikkelder, vooral voor jou als schrijver omdat je gedwongen bent goed over de motivatie en achtergrond van je personage na te denken. Een Duistere Heer is per definitie een flat character, dus een personage dat niet of maar oppervlakkig uitgewerkt is. Feitelijk is het eerder een personificatie, dan een personage. Veel uitwerking is er ook niet nodig, want de lezer kent zijn feiten al als het om Duistere Heren gaat.
Wanneer je je slechteriken menselijk of semi-menselijk maakt (hierover een volgende keer meer), zul je veel meer uit de kast moeten trekken om de lezer te overtuigen. Maar als je het goed aanpakt, kan het tot heel interessante interacties in je verhaal leiden en het daardoor sterker maken.

Ik zou beginnende fantasyschrijvers op het hart willen drukken, om niet zonder meer gebruik te maken van die Duistere Heer. Er zijn veel, veel meer manieren om een Groot Conflict in je verhaal te schrijven binnen een fantasysetting.
En mocht je toch kiezen voor een vreemde mogendheid die een gebied dreigt te overspoelen, denk dan eens na over de implicaties. Waarom zou een machthebber de moeite nemen om een gebied te veroveren, toch een onderneming die al heel wat grootmachten tot een faillisement heeft gebracht, en het dan compleet te vernietigen of onbruikbaar te maken? Wat heb je aan lebensraum als er niets kan leven? Wat voer je je orks als je alle oogsten eenmaal vernietigd hebt, en een eeuwenlange winter de aarde teistert? In het echte leven hebben bezettingen en oorlogen doorgaans een reden. Er moet toch wat tegenover staan. Zout, geel of zwart goud, strategisch voordeel zijn zo van die veel voorkomende praktische zaken waarvoor mensen zich in oorlogen storten. Nou is het natuurlijk maar de vraag waar die Duistere Heer op uit is, maar je zou verwachten dat een wezen dat in staat is om een grootscheepse bezetting en uitroeiing te leiden, ook wel in staat is om kleine praktische probleempjes, als: wat voer ik mijn troepen, of: over wie heers ik als iedereen is uitgemoord, het hoofd te bieden.
Gebruik je die Duistere Heer dan toch, verdiep je dan eerst eens in de traditionele toepassingen van het karakter. Als je de patronen eenmaal herkent, kun je er naar hartenlust mee spelen. Wellicht kun jij de Duistere Heer voorzien van nieuw elan. In fantasy is ten slotte alles mogelijk.

De afbeelding in dit bericht heb ik hier gestolen.

Reacties

  1. Heerlijke blog, Adinda! Ik ben het roerend met je eens en ben zowaar getriggerd om weer eens over mijn (al jaren stilliggende) epische fantasyverhaal na te denken en over de helden en anti-helden die ik daarin ten tonele wil voeren... Leuk!!
    * trekt zich met een brede grijns op haar gezicht terug *

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dat iemand zich zo geinspireerd voelt door een van mijn stukjes dat zij zowaar zin krijgt om aan haar eigen verhaal te werken, is wel het grootst mogelijke compliment!

    Ik kan alleen maar zeggen: geniet van het harde werk. :)

    Adinda

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten