Meesterwerken en aardige verhalen.

Boeken zijn als mensen: ze hebben allemaal een ander karakter, hun eigen zwakke en sterke punten en hun eigen stem. Sommige zijn hoogst eigenaardig, terwijl andere weer heel gewoontjes overkomen. Er zijn boeken waar je van gaat houden of die je zelfs kunt haten, er zijn er ook die je zo oninteressant vindt dat je er niet eens een paar uur van je leven aan wilt vergooien. Gelukkig zijn er altijd weer meer boeken.
De vergelijking is niet zo gek, want boeken zijn kindjes: van hun auteur.
Auteurs, die hebben gezwoegd en gezweet, die hebben herschreven en herschreven... slechts een minuscuul deel van de manuscripten die geschreven worden, komen uiteindelijk in de boekhandel terecht, en dus - hopelijk - bij de lezer.

De eerste schifting heeft dus al plaatsgevonden voor boeken in de winkel belanden, zodat het ergste kaf tussen het koren uitgehaald is (en er zijn ook zat manuscripten mét potentie die zonder mankeren worden geretourneerd door uitgevers maar da's een ander verhaal.) Maar dan nog: ergens is het logisch dat niet alle boeken die het levenslicht zien, briljant zijn. Verdienstelijk, dat is al heel wat, maar nog vaker zijn boeken - en vooral debuten - gewoontjes. Dertien in een dozijn, doorsnee, meer van hetzelfde.

Hoe komt dat nou? Waarom schrijft de ene auteur een boek dat het aanzien van een generatie, een stroming in de literatuur, of in ieder geval de kijk van een individuele lezer op de wereld voor altijd verandert, en schrijft de andere nauwelijks een deuk in een pakje boter? Het is iets dat literatuurwetenschappers al bezighoudt zolang literatuurwetenschap bestaat, dus verwacht van mij geen bevredigende antwoorden.
Een aantal dingen wil ik er wel over kwijt: de laatste tijd heb ik een aantal debuten gelezen, allemaal in het fantastische genre. Debuten die soms al in verschillende talen vertaald waren, iets waaruit je mag concluderen dat ze succesvol zijn.
Toch, het waren echt debuten: ze vertoonden op zijn zachtst gezegd onevenwichtigheden. Ze waren veelbelovend, maar ze misten de ervaren hand van een schrijver die ingrediënten als plotontwikkeling, spanningsboog, schrijfstijl en al die andere zaken die een verhaal maken of breken, allemaal minstens op een verdienstelijk niveau kan houden en zo kan mixen dat er een unieke, hoogstaande smaak tevoorschijn komt.
En dat is één verschil tussen goed en verdienstelijk schrijven: sommige boeken zijn leuk om te lezen, omdat de personages bijzonder levensecht zijn, of omdat het verhaal spannend is, humoristisch, of bijzonder van taalgebruik. Maar vaak zit er ergens een kink in de kabel: het plot is wijdlopig, de wereld dun, of de stijl van de auteur nog niet ontwikkeld genoeg.
Om een echte hoogvlieger te worden, moet een schrijver de techniek zo beheersen dat alle technische aspecten elkaar versterken.

En dat is dan nog niet genoeg om briljant te zijn, om een verhaal te schrijven dat over generaties heengetild kan worden. 1984. Sommige boeken blijven actueel. Dat heeft deels met toeval en een dosis geluk te maken (zelfs een visionaire blik is niet altijd genoeg om gelijk te krijgen en er zijn ook heel wat schrijvers en boeken die door een invloedrijk, warm pleitbezorger uit de vergetelheid worden gehaald op zeker moment, of die in een bepaalde kring ineens waanzinnig hip worden), maar ook met het feit dat ze vaak een thematiek bezitten die altijd actueel zal blijven.
Alle boeken gaan over mensen, en hun verhoudingen tot elkaar of zichzelf (zelfs als ze zich in het fantastische genre vermommen als orks, elfjes of slijmerige snottenbellen). Thema's van boeken zijn altijd terug te brengen tot de invloed die mensen op elkaar en hun omgeving hebben of proberen te hebben - en soms de invloed die de omgeving op mensen heeft.
Om een echt meesterwerk te worden, heeft een boek een onderliggende laag nodig. Of lagen. Sommige boeken lenen zich ervoor om in verschillende tijdvakken, verschillende betekenissen toegedicht te krijgen, en zo actueel te blijven.
Wat voor schrijvers zijn in staat zulke boeken af te leveren? En gebeurt dat bewust, of is het een bijproduct van de manier waarop zij in het leven staan en hun persoonlijke preoccupaties in taal weten om te zetten?
Persoonlijk denk ik dat voor het grootste deel van de meesterwerken geldt, dat de schrijver ze uit noodzaak geschreven heeft: waarschijnlijk zonder de intentie de wereld te veranderen (hoewel er best schrijvers zijn die vanuit een maatschappelijke betrokkenheid schreven en schrijven) maar wel vanuit een drang om dat ene verhaal te vertellen.

Soms is het haast noodzakelijk om iets van de achtergrond van een auteur uit een ander tijdvak te begrijpen om een verhaal te kunnen duiden. In andere gevallen zijn de gevoelens die personages hebben en de strijd die ze voeren zo universeel en navoelbaar, dat een boek zonder enige voorkennis na een eeuw of wat nog appelleert aan een groot publiek.
Anders dan in de tijd van Romeo en Julia, kan een familie ons (hier in het Westen) niet meer verbieden om met de liefde van onze keuze te trouwen. Maar het gegeven van familie die probeert je keuzes te beïnvloeden, het proces van je eigen weg in het leven vinden en desnoods bevechten, en het niet kunnen krijgen van de liefde van je leven, is wel degelijk nog actueel.
Meer cerebraal geschreven werk, dat vaak geënt is op zeer actuele ideeën uit de tijd waarin het is geschreven, raakt veel sneller verouderd.
Onze emoties blijven hetzelfde, ons wereldbeeld niet.

Soms, heel soms vraag ik mij af welke hedendaagse auteurs over honderd jaar nog gelezen zullen worden. Of over tien jaar. En waarom dat dan zo is.
Over honderd jaar zal ik in dit blog het antwoord schrijven.

Reacties