Ik ben een dief

Ik ben een dief.

Onlangs stuitte ik in mijn nimmer aflatende zoektocht naar diepere wijsheid op deze blogpost van Lev Grossman.

Hij is al wat ouder, maar boet daarom natuurlijk niet aan relevantie in.

Simpel gezegd, Grosmann maakt onderscheid tussen twee soorten schrijvers: zij die stijlvast hun eigen koers varen, en zij die beïnvloedbaar blijven door andere schrijvers. Autonomen en dieven, noem ik hen vrij vertaald.

Ik biecht het meteen maar op: ik ben een dief. Ik ben zo beïnvloedbaar, mijn eigenheid zo fragiel, dat ik zelfs geen Engelstalig werk lees tijdens perioden dat ik veel schrijf: mijn Nederlands wordt er onmiddellijk door beïnvloed, en zonder het te merken ontsnappen de meest verwrongen Anglicismen naar het papier.
Ik ben zo beïnvloedbaar, dat het lezen van werkelijk beroerd geschreven romans een desastreuze uitwerking heeft op wat ik produceer. Mijn taalgebruik past zich ook, zonder dat ik er erg in heb, aan aan de mensen in mijn directe omgeving. Ook dat gebeurt vanzelf. Zo kan het gebeuren dat ik ongemerkt accenten overneem, of zelfs begin te stotteren als ik in gesprek ben met iemand die dat doet. Hoewel spiegelen volgens psychologen mensen nader tot elkaar brengt, heeft dat me tot nu toe weinig vrienden opgeleverd.

Maar er is een geluk: ik ben me ervan bewust. En omdat ik me ervan bewust ben, kan ik deze eigenschap voor me laten werken.
In plaats van angstvallig het lezen te vermijden, zoals ik tijdens mijn eerste schreden op het schrijverspad deed uit angst voor die beïnvloeding, lees ik tegenwoordig veel en breed tijdens perioden dat ik bevlogen schrijf. Ik selecteer wel de juiste schrijvers: niet teveel mindere goden (hoewel het analyseren van zwakke plekken in de verhalen van anderen je veel kan leren over je eigen verbeterpunten), vooral veel schrijvers die over door mij bewonderde, maar node gemiste eigenschappen beschikken.
Ik lees Gaiman om zijn stilisme en ironie. Ik lees Tad Williams, omdat hij bevrijdend werkt op mijn verbeelding. Ik lees Stephen King om zijn diep uitgewerkte karakters. Ik lees Maya Angelou om haar krachtige vertelstem en tegelijkertijd poëtische stijl en de wijze waarop ze prachtig anekdotisch haar verhaal vorm geeft. Ik lees A. F. Th. van der Heyden vanwege zijn epische vaardigheden en zijn verbeeldingskracht, Pratchet om zijn scherpzinnigheid, Kerstin Ekman om haar schitterende beschrijvingen en diepgaand psychologisch inzicht. Ik lees... Ik lees... Ik lees...

En veel van wat ik lees vindt zijn neerslag in mijn schrijven.

Aha, dus die Volkers, dat is eigenlijk een schrijver van niets! Ze heeft geen eigen stijl, dat zegt ze zelf!
Mis.
Hoewel ik ontegenzeggelijk veel van anderen léén, veel van anderen overneem, ben ik natuurlijk uiteindelijk de regisseur van mijn eigen verhaal. Bij het herschrijven worden de meest duidelijke invloeden van anderen vanzelf weggepoetst. Daarnaast gaat het niet zozeer om het klakkeloos kopiëren van andere schrijvers, maar meer om het doorgronden van hun techniek en die leren toepassen, wanneer ik wil.
Plagiaat, plagiaat, schreeuwen is dus niet nodig. Hoewel, dat mogen jullie zelf beoordelen. Binnenkort plaats ik een stukje uit Deel II van de eenhoornrijders. Degene die kan raden welk boek ik las tijdens het schrijven gaat door naar de tweede ronde.

Ik ben hard aan het werk aan dit verhaal, het vervolg op Vrouwe van Arak. Ik ben er zelf tot nu toe tevreden over, maar het moet nog naar de proeflezers... Daarover meer in een volgende blog.

Reacties

  1. Ik heb dat artikel een poosje geleden al eens gelezen. Ik vroeg me destijds af of er eigenlijk wel volledig autonome schrijvers bestaan. Hoe kun je je nu niet laten beinvloeden door wat je leest?

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Volgens mij is inderdaad iedereen onbewust wel - in meer of mindere mate - een dief. Tenzij je echt in een ivoren torentje woont en hoopt dat mensen vaak genoeg een stuk brood en een fles water omhoog gooien - zonder daarbij te communiceren op wat voor een wijze dan ook.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Daarnaast... Als je wilt schrijven, moet je kunnen lezen. Als je wilt leren lezen, moet je ook lezen. En als je leest, kom je in aanraking met het werk van anderen en daardoor wordt je gevormd.

    (Excuus voor de extra reactie. Het is 03.51 en er zit hier iemand tegen me aan te beppen.)

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Volledig autonoom kan niet, we hebben immers de taal eens moeten leren en zijn alleen daarom al gevormd naar de voorbeelden die we aangereikt kregen. Dat ben ik zonder meer met jullie eens.

    Ik denk wel dat er een verschil zit in de stijlvastheid van auteurs. Maar je zou die grotere stijlvastheid zelfs kunnen wegzetten als een onvermogen om nieuwe invloeden in het werk op te nemen. Of als onvermogen om te onderkennen waar en wanneer je als schrijver beïnvloed raakt.
    Je zou het ook kunnen beschouwen als een soort uitgekristalliseerd schrijverschap, het resultaat van veel experimenteren en behouden wat bij je past.
    Hoewel ik zelf de opvatting heb dat ieder verhaal weer nieuwe vaardigheden verlangt van de schrijver.

    In ieder geval wordt door schrijvers heel verschillend gedacht over dit soort zaken. Er zijn auteurs die er rotsvast overtuigd zijn dat zij niet 'lenen' in de zin die ik bedoel in het artikel.

    Adinda

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten