Blog

Een roman schrijven is per definitie arbeid die in afzondering plaatsvindt. Hoewel er enkele schrijversduo's actief zijn in het genrewereldje, zijn de meeste schrijvers einzelgängers, godjes in hun eigen universumpjes, masterpuppeteers die zelfverzonnen personages laten bungelen, die de touwtjes in handen willen houden.
Waarom mensen schrijven is me een raadsel, waarom ík schrijf is me totaal niet duidelijk. Al die moeizame arbeid om tot een verhaal te komen: terwijl de wereld - op een enkele fan na die niet kan wachten op deel II- er niet echt op lijkt te wachten.

En toch zit ik avond aan avond achter mijn PC en schrijf aan dat tweede deel. Bloed, zweet, tranen, writer's blocks, RSI, het blijft mij allemaal niet bespaard. Toch geef ik niet op. Telkens als het manuscript onder stoffige lagen op de harde schijf van mijn computer bedolven dreigt te raken, dient zich een nieuwe plotwending als vanzelf aan, de personages vragen, nee eisen om voortgang. En ik, de schrijver, schrijf tot de kramp in mijn vingers me dwingt te pauzeren.

Bijna ging het mis met deel II. Er was een einde, maar het was geen bevredigend einde. Niet voor mij, niet voor het verhaal. En dus wilde het niet vlotten. Het klopte niet.
Na een impasse diende zich als vanzelf een nieuw einde aan, een beter einde, een dat alle elementen in het verhaal met elkaar verbindt.
Waar kwam dat einde vandaan? En hoe wist ik, de schrijver, dat dat einde ergens was, dat het wachtte om gevonden te worden?

Dat is de magie van het schrijven. En daar maak ik dankbaar gebruik van.

Reacties