woensdag 5 juli 2017

Herschrijven en Hebban


Ik heb deze blog schromelijk verwaarloosd. Nu kunnen blogs daar op zich best tegen, in tegenstelling tot huisdieren, echtgenoten en opdrachtgevers. Vandaar, je moet toch prioriteiten stellen.

Bovendien had ik ook niet zo veel te zeggen. Ik ben druk aan het werk aan de young adult die ik onder handen heb. Inmiddels zijn we zon 50.000 woorden verder en is het verhaal helemaal geschreven. Dan begint het echte werk pas: herschrijven, en daar ben ik nu dan ook druk mee bezig. Binnenkort plaats ik hier een fragment. Dat is nu nog wat voorbarig, want het is nog maar de vraag welke stukken het herschrijven ongeschonden zullen overleven. Schrijven en schrappen, dat is het ritme dat mijn schrijfuren nu bepaalt.

Maar wat ik wel helemaal ben vergeten te vermelden, is dat ik tegenwoordig ook mijn tijd verdeel tussen al die dingen die ik doe, schrijven, dit blog bijhouden, en op Hebban schrijven.

Niet voor Hebban zelf. Ok, het is ingewikkeld. Nou ja, valt eigenlijk best wel mee. Hebban heeft een aantal clubs in het leven geroepen met als doel een genre meer onder de aandacht te brengen. Zo is er een Feelgoodclub, en een Literatuurclub.
En dus ook een Hebban Fantasy en SF-club.
Alle clubs bestaan uit tien leden. De volledige naam van onze club is dan ook Scifi en Fantasy Club van Tien. Tien enthousiastelingen die graag hun passie voor fantastische boeken met jullie delen. Je vindt ons hier: We love scifi & fantasy  De club is semi-afhankelijk van Hebban.

Met semi bedoel ik dat we onze eigen koers bepalen. We kiezen zelf onderwerpen, bepalen hoe artikelen opgebouwd worden, wat erin moet staan en wie zich daarmee bezig houdt. In het geval van de club van tien voor Fantasy en SF betekent dat bijvoorbeeld dat favoriete boeken en  auteurs  van de leden eerder onderwerp van een artikel zullen zijn. Met tien man lopen de interesses natuurlijk erg uiteen, dus het wordt nooit saai.
Semi betekent ook dat we ondersteuning van Hebban krijgen. Bijvoorbeeld als we contact met een auteur zoeken, of als we boeken nodig hebben om een artikel over te schrijven.
Semi betekent verder dat we gebruik kunnen maken van redactionele faciliteiten en kunnen sparren met de beheerders van Hebban. En dat we soms boeken lezen voor Hot or Nots, artikelen waarin we boeken prereaden en ons oordeel vellen. Houd dat in de gaten als je graag wilt weten of nieuwe titels wat voor je zijn!

Geweldig zon club mensen die een passie voor fantasy en SF deelt! Je zult daar dan ook regelmatig artikelen van mijn hand vinden, of artikelen waaraan ik meegeschreven heb.

De club is nu een half jaar onderweg en heeft al best wat boeiende artikelen geschreven over hele uiteenlopende onderwerpen en auteurs.

Dusss.... hier is het voorlopig nog even stil. Want ja, over herschrijven is nou eenmaal niet zoveel spannends te vertellen. Maar gelukkig is er op We love scifi & fantasy genoeg te lezen!

vrijdag 2 december 2016

Waarom ik NaNoWriMo niet gehaald heb dit jaar


En waarom dat helemaal niet erg is.



Ik begon november heel optimistisch: ik ging voor het eerst in jaren weer eens deelnemen aan NaNoWriMo en zou er eens lekker op los schrijven.
Dat had het manuscript van Vrouwe van Arak immers een behoorlijke duw in de goede richting gegeven indertijd.

Ik begon lekker, het verhaal schreef zichzelf zo'n beetje en alles was goed. Tot het niet meer goed ging en ik in de knoei kwam met mijn verhaallijnen.
In dit boek speelt alles zich binnen tamelijk korte tijd af, en dat betekent een strak tijdschema, je gaat al vlug de mist in, zeker als je vanuit verschillende perspectieven schrijft. Helaas onstond er middenin het verhaal een soort punt waarin alles samenkwam, maar waar niets meer klopte....
Het kostte me wat tijd om dat allemaal uit te vlakken.

En soms komt het ook gewoon neer op inspiratie.
Ja ik weet het, alle schrijfgidsen, -boeken, -adviezen hameren erop dat het 99% transpiratie en 1% inspiratie is. Maar dan nog heb je toch nog die 1%, en ik kwam erachter dat ik mijn verbeeldingskracht voorbijgeschreven was.
Mijn fantasie hield geen gelijke tred met het verhaal. Ik denk scenes namelijk vaak helemaal uit in mijn hoofd voordat ik ze opschrijf. Ja, tijdens het schrijven komen er vaak ook goede dingen in me op, maar uiteindelijk is het toch in dat hoofd dat het verhaal vorm krijgt. Hoewel ik het verhaal helemaal op A-viervelletjes schematisch uitschrijf, moet het ook de kans krijgen om te groeien - in mijn hoofd.

Het ging dus langzamer dan ik wenste. Ik besloot dat ik daar dan maar beter aan toe kon geven. En ja, afgelopen maand is het verhaal enorm gegroeid.
De wereld, het verhaal, de wezens erin, ze zijn allemaal sterker geworden van aandacht en tijd. Ik heb dan ook niet alleen geschreven, maar ook aangevuld, herschreven, nagedacht over de tijdslijnen en verhaallijnen, alvast fragmenten neergepend en bewaard in aparte bestandjes – kortom, ik was er druk mee.

Ik denk dat het verhaal er beter van is geworden. 
Afgelopen maand heb ik toch nog zon 25000 woorden geschreven, dat is goed voor een slordige 100 bladzijden (afhankelijk van de opmaak.)

Jammer dat ik NaNoWriMo dit jaar niet gehaald heb, het heeft toch iets bijzonders, die magische woordgrens van 50.000 woorden in één maand, en gefeliciteerd aan alle mensen die de zware taak volbracht hebben, jullie hebben echt een prestatie neergezet!

Hier gaat het goed.

maandag 7 november 2016

De fantasy schrijfbibliotheek


Toen ik net met schrijven begon smachtte ik naar kennis, vooral over de ambachtelijke kant van het schrijven.

Natuurlijk begint het allemaal met veel lezen. Ieder boek dat je leest, geeft je weer nieuwe mogelijkheden.
Veel in je eigen genre lezen geeft je een beeld van wat er allemaal mogelijk is en wat er zo'n beetje gedaan is en wordt.
Veel lezen in andere genres vergroot je mogelijkheden enorm. Het geeft toegang tot heel andere verhaaltradities en mores en het zorgt ervoor dat je fris en ruimdenkend tegenover je eigen genre kunt staan.

Heel belangrijk: hoewel verhalen aan de onderkant van de markt je heel goed kunnen laten zien wat niet werkt, heb je daar uiteindelijk helemaal niets aan. Er zijn altijd nog veel meer mogelijkheden om iets te doen wat niet werkt dan jij boeken kan lezen in je hele leven. Waar je echt veel meer aan hebt, is hele goede boeken lezen. Ze laten je zien wat wel werkt, ze sturen je blik, ze beïnvloeden je stijl. Zorg dus dat je in ieder geval wat tijd maakt om de groten in je eigen genre te lezen en te bestuderen.

Lezen reikt je de grondstof aan. Maar dat is natuurlijk niet het hele verhaal.
Van kijken naar goede schilderijen wordt je immers ook geen schilder.

Ik ging dan ook op zoek naar technische informatie over het schrijfproces, gericht op mijn eigen genre. Op het Engelstalige stuk van het web is die kennis ruim voorhanden. Ik geef je een overzicht van een aantal sites waar heel veel te vinden is over schrijven. Ik maak onderscheid tussen artikelen over schrijven en over publiceren. Als dat allemaal op dezelfde site staat, zal ik de site onder schrijven rubriceren.
Daarnaast zal ik een sectie maken met artikelen die niet per se over het schrijven zelf gaan, maar wel de discussie over allerlei aspecten van verhalen levend houden.

Hieronder alvast het Nederlandse deel. Het komt overal vandaan maar er staan waardevolle schrijftips tussen. Binnenkort verschijnt er ook een lijst met Engelstalige sites.

Ik zal de lijst hieronder regelmatig aanvullen, en uiteindelijk wellicht meer rubriceren en selecteren om zo volledig mogelijk te zijn. Het loont dus de moeite om hier af en toe terug te komen.

Schrijven: er is altijd meer te leren!


Nederlandse artikelen over fantasy schrijven:











Interviews met schrijvers:


George R.R. Martin

Jurgen Snoeren

Neil Gaiman

Kim ten Tusscher

Ann Leckie

Mirjam Mous

Raymond Feist

Fiona Macintosh

Mike Jansen

Sophia Drent

David Mitchell

Tais Teng

Thomas Olde Heuvelt
Natalie Koch


Nederlandse of vertaalde boeken over (fantasy) schrijven:




fora en groepen over fantasy schrijven:



Ondersteuning voor schrijvers:




zaterdag 5 november 2016

NaNoWriMo


Het is November en dat betekent National Novel Writing Month.

Hier is de website:



Als je van schrijven houdt en je hebt wat tijd deze maand, schrijf je dan nog vlug in, want het is echt iets bijzonders om in een week 50.000 woorden te halen. Dat is het doel.

Het idee is om een afgerond verhaal te schrijven in die maand, maar zulke korte verhalen zijn mijn ding niet echt. Ik voel me thuis op de lange afstand.

Ik ga dan ook verder schrijven aan een verhaal dat al zon 30.000 woorden op weg is – dat is grofweg 100 pagina's. Het is bedoeld als Young Adult urban fantasy, en het ontstaan is wat gek: ik had al een poosje niet geschreven, en ineens kwam er een verhaal in me op.
In drie dagen schreef ik 40.000 woorden. Het was niet iets wat ik van plan was, het is me echt overkomen.

Toen was het ook echt even op. Ik herlas wat ik tot dan toe geschreven had, was razend enthousiast over een aantal dingen en zag al wel dat ik ook veel moest herschrijven, en wilde ook wel graag verder, maar toen liep de plot volledig vast. Echt geen beweging in te krijgen.

Na enkele weken van morrelen en schaven werd duidelijk  dat de tijdslijn in het verhaal niet klopte. Ik maak altijd vrij vlug een bestand waarin ieder hoofstuk in een regel of twee staat samengevat, met het personage erbij vanuit welk perspectief dat hoofdstuk wordt verteld. Het helpt om overzicht te houden. Ook maak ik daar een tijdslijn bij. 
Ik zag ook in dat er heel wat research nodig was. Nu houd ik daar erg van, me in allerhande onderwerpen verdiepen, maar het kost ook veel tijd.
Erger was dat ik tot de schrikbarende conclusie kwam dat een van de hoofdpersonages eigenlijk overbodig was, en dat het veel te lange begin van het verhaal snel terug te brengen was tot redelijke proporties door hem er gewoon compleet uit te schrijven.

Auw.

Dat deed echt pijn. Het is echt een leuk personage. Maar ik heb hem in een bestandje: daar blijft hij geduldig wachten op zijn eigen verhaal.

Intussen word het verhaal steeds duidelijker in mijn hoofd. Plotlijnen staan bij mij altijd op A-viertjes vol krabbels, van het soort dat ik zelf amper terug kan lezen. Maar het werkt, want wat op papier staat, zit ook in mijn hoofd, en uiteindelijk weet ik dan ineens welke richting het verhaal op moet.

Wat wel erg belangrijk is, althans voor mij, maar volgens mij voor iedereen, is dat ik het verhaal op dat moment niet loslaat en laat verstoffen. Stephen King noemt dat het afkoelen van verhalen. Eenmaal dood, is het verhaal ook niet meer tot leven te wekken.
Ik vind dit verhaal zelf te bijzonder om dat te laten gebeuren en wil er graag zoveel in investeren dat het goed genoeg wordt om gelezen te worden.

Daarom doe ik dit jaar dan ook weer mee aan NaNoWriMo. Vrouwe van Arak is deels in zon sessie geschreven. Het is echt idioot, grappig, een achtbaan, en het dwingt je om productie te leveren. Het geeft niet dat het niet altijd het beste schrijfwerk oplevert.
Ieder woord dat je schrijft, vormt je verhaal duidelijker en herschrijven moet toch.


En op zich valt het nog reuzemee: het zijn maar zon 1700 woorden per dag. Dus als je me even nergens ziet: ik heb een quotum te halen!

vrijdag 28 oktober 2016

Tien problemen die je tegenkomt bij het creëren van sterke personages in fantasy

afbeelding van Daren |Horley


Hoe creeer ik een overtuigend personage in fantasy?

Personages in fantasy zijn niet anders dan de personages in een historische roman, of in een literair drama, of een liefdesverhaal dat zich afspeelt op het Afrikaanse platteland: het blijven namelijk mensen. Zelfs als het geen mensen zijn: daarover in een volgend artikel meer.

Dat wil niet zeggen dat mensen in verschillende omstandigheden, culturen, tijden niet heel andere manieren hebben om over het leven na te denken en totaal verschillend tegen bepaalde kwesties aan kunnen kijken, maar dat doen ze binnen de begrenzing van menszijn.
De overeenkomsten maken dat we ons ook kunnen inleven in personages uit totaal andere tijdvakken. De verschillen maken dat we geboeid worden door de reacties van deze personages.

Hieronder tien veel gemaakte fouten en tips om je personages veel sterker te maken:

1. De omgeving en het personage staan los van elkaar

Personages zijn opgegroeid in een omgeving, en als je fantasy of SF schrijft is de kans groot dat dat niet dezelde omgeving is als waarin jij, de schrijver, bent opgegroeid of je bevindt.
Soms maak je dan de fout om de omgeving los te zien van het conflict, of de manier waarop de personages reageren.
Dat maakt dat de lezer je omgeving ervaart als een stuk decor, een achtergrond die volledig los staat van de ontwikkeling van het verhaal. Het verhaal speelt zich af op mars, maar het had net zo goed in een buitenwijk van Almere kunnen gebeuren.
De kans is groot dat je als schrijver hier niet goed (of niet goed genoeg) hebt nagedacht over hoe je personages zich in de wereld die je geschapen hebt bevinden. Je hebt niet nagedacht over historie, hoe je personages zijn opgegroeid, wat voor banden ze met hun wereld hebben, wat hun plaats erin is (zowel wat betreft de relatie tussen omgeving als tot maatschappij), hoe ze er zelf tegenaan kijken en wat ze met en van hun wereld willen.
Dat zijn allemaal dingen die niet per se in het verhaal hoeven te worden uitgeschreven, maar het is wel van belang dat jij, schrijver, dat op een rij hebt.

2. Het personage weet zelf veel te weinig van de omgeving

Dit is een euvel dat vaak voorkomt bij een beginnende auteur die zijn first draft naar een amateuristische uitgeverij stuurt, geen goede redactie krijgt en een boek publiceert dat gewoon totaal niet doordacht is.
De auteur is begonnen vanaf een nulpunt: zonder veel vraagtekens vooraf is hij of zij lekker gaan schrijven, en is tegelijkertijd met het personage de wereld gaan verkennen.

Op zich is dat niet verkeerd, je kunt zo een heel eind komen.

Maar niet als je later niet heel scherp en zorgvuldig redigeert. Die eerste hoofstukken herschrijf je dan aan de hand van wat je inmiddels over de wereld weet. Want natuurlijk weet je personage (meestal) wél heel veel over de wereld waarin hij zich bevindt, en natuurlijk loopt het verhaal veel lekkerder als het personage ook vanaf het begin al weet waarheen hij wil en waarom.

Je herkent deze schrijfwijze vaak aan een begin waarin het hoofdpersonage geheugenverlies heeft of op een wildvreemde plaats wakker wordt zonder enige clou waarom hij daar is.
Alle alarmbellen gaan af bij het personage dat wakker wordt in een witte kamer.... De schrijver laat zich iets te veel inspireren door het wit van zijn papier.

Je kunt natuurlijk best een personage in het grote niets dumpen. Maar dat werkt alleen als je als schrijver juist wél weet waarom je dat personage op die plaats gedumpt hebt. Een voorbeeld van een verhaal waarin wakker worden zonder dat je weet wie en waar je bent het begin is van een ingenieuze plot, is Boy 7 van Mirjam Mous.

3. Het passieve personage

Dit is een personage dat niet weet wat het wil, dat geen eigen inbreng heeft, dat de plot als het ware volgt, in plaats van de handelingen te sturen.
Er zijn grofweg twee oorzaken van slappe hoofdpersonen: de schrijver heeft niet goed geplot en dus vraagt hij zich de hele tijd af hoe het verder zal gaan, net zoals het personage. Dit ligt in het verlengde van het vorige punt.
Vooral in eerste en derde persoon kan dat heel irritante vormen aannemen en lezers kunnen een boek hier echt om wegleggen.
De tweede oorzaak is een introverte schrijver die zelf niet zo snel een stap naar voren zet, die zelf een passief personage is in zijn eigen wereld.

De oplossing voor het eerste probleem is plotten, plotten, plotten. Schrijf het verhaal uit. Ga terug naar de tekentafel als je merkt dat het niet wil vlotten. Een verhaal dat niet makkelijk geschreven wordt mist meestal structuur. Denk in je hoofd na over je personages. Zelf praat ik met mijn personages. Tijdens lange autoritten sluit ik mijn ogen, en denk een scene uit het verhaal helemaal uit, alsof ik toeschouwer van de film ben.

De oplossing voor het tweede is wat lastiger. Een van de eerste waardevolle adviezen die ik ooit kreeg kwam van een jurylid van de Paul Harlandprijs. Ik had een premiejager als personage dat veel te lief overkwam. Het advies was: observeer mensen waaraan je de pest hebt.
Dat vond ik nogal lastig, want mensen waaraan ik de pest heb, mijd ik als de pest.
Toch bleek dat achteraf een van de meest waardevolle adviezen ooit: de meeste mensen zijn in staat tot heel naar, egoistisch, zelfzuchtig, soms ronduit wreed gedrag, maar als je dat niet zo heel erg in je hebt, mis je daar een belangrijke bron. Om tot een goed verhaal te komen is het veelal nodig dat je een aantal personages hebt dat dan toch in ieder geval over de eigen schaduw heen stapt en opkomt voor de eigen behoeften en rechten. Het is niet erg als een personage schuw begint, maar laat het in ieder geval een ontwikkeling doormaken.



Het is voor lezers erg moeizaam om enkele honderden pagina's op te trekken met een personage dat constant aarzelt, twijfelt, het niet aandurft en het verhaal eigenlijk over zich heen laat komen.
Als je merkt dat je personage een sukkel is, of als je merkt dat het nergens een keuze maakt die het verhaal beinvloedt, aarzel dan niet en snijdt je verhaal rigoureus aan flarden, en herschrijf met een sterker personage in gedachten.

Zolang je maar niet het hele verhaal je personages laat jammeren en dralen is alles goed.

4. Het personage is een ongelooflijke zak

Dit is het tegenovergestelde van het muizige personage: dit personage is ronduit onsympatiek. Soms werkt dat wel, zoals in American Psycho. Daar heeft dit type personage een functie.
Het heeft meteen zijn eigen beperking: ik ken heel wat mensen die dit boek echt niet uitgelezen kregen, omdat ze het niet trokken om opgescheept te zitten met zon ongelofelijke klootzak. Ook mensen die het boek niet eens oppakken omdat ze geen zin hebben de wereld te bekijken door de ogen van een coke-snuivende, narcistische sadist.
Als je er geen doel mee hebt, dan raad ik je niet aan van je hoofdpersonen echte eikels te maken.
Mensen die anderen lachend de keel doorsnijden, of stiekum kwaadspreken om zelf die promotie te krijgen kunnen over het algemeen niet op onze sympathie rekenen, tenzij we ze met onzelf identificeren.
Mensen hebben een ontzettend rekkelijke moraal: doen wij of iemand die we mogen iets wat we in principe als fout zien, dan kunnen we er makkelijk een draai aan geven waardoor dat gerechtvaardigd is.

Het kan dus geen kwaad je hoofdpersonage een smerige streek uit te laten halen, zolang de lezer eerst maar de kans heeft gekregen om zich met de aardige kanten van het personage te identificeren en zolang de lezer maar kan begrijpen waarom je personage dat doet (wraak op een hele nare ex zal een stuk beter ontvangen worden dan het martelen van een babykonijntje.)

5. Personages waar je als lezer veel tijd in investeert en vervolgens.... niets

Als schrijver doe je beloftes aan de lezer. Ergens over uitweiden, een personage uitdiepen en een rol in het verhaal geven, is in feite zo´n belofte. De lezer anticipeert hierop. Als die beloften vervolgens niet ingelost worden, dan is dat uitermate vervelend. Je pact met de lezer staat onder druk.

Geef je een bepaald personage dus bepaalde eigenschappen, laat je hem handelingen uitvoeren in het verhaal en geef je hem daardoor een aandeel in de plot, dan zul je dat personage ook een aandeel in het eindspel moeten geven, of een duidelijke reden moeten geven om uit het verhaal te verdwijnen. Anders is de kans groot dat de lezer zich bekocht voelt en het boek teleurgesteld weglegt uiteindelijk.

6. Bijfiguren die een zeer uitgebreide introductie krijgen

Je kunt niet al je figuren een even grote rol in het verhaal geven, dat wordt veel te belastend voor de lezer, en je plot gaat er doorgaans ook niet erg op vooruit als je iedereen even hard laat praten.
Beginnende schrijvers maken nogal eens de fout om geen onderscheid te maken tussen hoofdpersonages en bijfiguren wat betreft introductie.
Als de bakker alleen een brood verkoopt en nooit meer opduikt in het verhaal, is het echt niet nodig om te vertellen dat zijn zoon te laat thuis komt en hij zich zorgen maakt, dat zijn vrouw die nacht weer geen zin had, wat hij van het personage vindt waar hij het brood aan verkoopt, en dat zijn aandelen er slecht voor staan.
Volsta in zon geval met 'hij overhandigde het brood.'
Dan weet je lezer namelijk ook dat dit een personage is waar hij geen tijd in hoeft te investeren, dat geen rol in het verhaal speelt. Lezers houden niet van dit soort onduidelijkheid, en je maakt je verhaal er niet sterker mee, en bovendien maakt het je verhaal onnodig traag en zwaar om te lezen.

Natuurlijk zijn er ook personages die iets meer doen dan een brood verkopen, maar toch minder aandeel in het verhaal hebben dan je hoofdpersonage. Bedenk in dat geval goed hoeveel kleur je ze moet geven, om het verhaal op gang te houden. Minder dan het hoofdpersonage, maar iets meer dan die bakker. Houdt het relevant.

7. Het hoofdpersoon dat alles tegelijk is

Je hoofdpersonages moeten natuurlijk round characters zijn. Maar dat wil niet zeggen dat ze van hot naar her vliegen in hun reacties en emoties, dat vergt veel te veel investering van de lezer en de vraag is of je personage er wel sterker van wordt.
Als je personage de ene keer heel angstig is om de straat op te gaan, maar dan zonder verdere aanleiding ineens een vlammend betoog voor een grote menigte houdt, dan komt dat niet erg geloofwaardig over. De lezer gooit je boek op een stapel en besteedt er verder geen seconde meer aan.
Hoofdpersonen mogen heel uitgebreid beschreven worden, graag zelfs, maar in relatie tot hun hoofdeigenschappen.
Een agent met een hart van goud, meer nieuwsgierigheid dan goed voor hem is en een opvliegend karakter heeft daar zijn handen aan vol gedurende de 300 paginas van je verhaal.
Hetzelfde geldt voor het hele verleden van je personage, al zijn hobbys enz. Het is heel belangrijk dat jij, de schrijver, alles weet over je personage. Maar het is lang niet altijd nodig en staat niet in dienst van het verhaal omdat ook allemaal uitgebreid in je verhaal te verwerken.

Sommige schrijvers maken lijstjes van eigenschappen, ze interviewen hun personages, ze houden er hele gesprekken mee in hun hoofd.

Andere gaan gewoon schrijven, en dan sluipt er dus heel wat informatie in het verhaal. Helemaal niet erg. Je kunt later nog schrappen.

8. Het plot bepaalt de handelingen van het personage

Dit gebeurt als de schrijver het verhaal ziet als een opeenvolging van handelingen, acties, scenes, zonder inzicht in de psychologie van de personages te hebben, of zelfs zonder daar interesse in te hebben. Als er al emoties in het verhaal zitten, zijn deze oppervlakkig uitgewerkt en niet erg overtuigend.
Dit is een lastige tekortkoming. Advies: kijk heel goed naar mensen – geen mensen in soapseries, maar naar echte mensen. Vraag je af waarom ze reageren zoals ze reageren, kijk hoe ze reageren, wat ze zeggen. Vraag je ook af, wat je met je verhaal wilt overbrengen en waarom iemand het zou willen lezen.
Dit is een lastige omdat empathie hier een rol speelt, net zoals levenservaring. Lichtpuntje: zelfs mensen die totaal geen inzicht of interesse in andere mensen hebben, hebben altijd nog zichzelf als bronmateriaal.

9. Het bordkartonnen personage

Dit personage komt veel voor in combinatie met het punt hierboven.
De schrijver heeft niet nagedacht over het personage. Hij weet zelf niet eens welke eigenschappen het personage bezit en ogenschijnlijk interesseert het hem ook niet – in het verhaal is te weinig over het personage terug te vinden om bij de lezer zelfs maar interesse op te wekken, en dat het hele verhaal lang.

Als je wilt dat je lezers het verhaal ongeveer bij pagina 25 wegleggen, is bordkarton je beste optie.
Heb je toch liever dat ze doorlezen, dan moet rond deze tijd de lezer toch wel het gevoel krijgen dat de personages de moeite waard zijn om verder nog enige tijd mee door te brengen. Dus zorg dat je personage rond dit punt in het verhaal door acties, reacties, gevoelens en gedachten al een duidelijke definitie gekregen heeft.

10. Personages leiden een eigen leven

Je hebt je verhaal keurig uitgedacht, en tijdens het schrijven merk je dat een van je personages onevenredig veel ruimte in het verhaal begint in te nemen. Het gebeurt, schrijven is een grillig proces.
Niets aan de hand: je kunt nu verschillende dingen doen. Ten eerste kun je bij herschrijven dit personage fors terugsnoeien en zijn plek wijzen. Het blijft een bijfiguur. Voordeel is dat je waarschijnlijk nu een heleboel tekst hebt, waaronder wat sterke fragmenten die je in het verhaal kun gebruiken, zodat dit figuur in zijn beperkte rol toch heel 'rond' aanvoelt.
Je andere mogelijkheid is ingewikkelder. Hierbij is het bijfiguur eigenlijk tot een hoofdpersonage uitgegroeid met een goed interessant in de plotontwikkeling. Het zou zonde zijn hier verder niets mee te doen. In dit geval heb je misschien wel een personage teveel. Je kunt nu een oorspronkelijke hoofdpersoon terugbrengen tot bijfiguur of zelfs schrappen (zelf bewaar ik zulke personages wel in een apart bestandje, je weet nooit of ze in een ander verhaal nog eens van pas komen.) Dit is de optie die wel veel werk kost, aangezien je waarschijnlijk nu je verhaal deels zal moeten herschrijven. Herplotten, herstructureren, scenes herschrijven in nieuwe perspectieven: welkom in het schrijversvak.

Een ander geval is het wanneer je hoofdpersonage lukraak door de plot heen begint te zwerven. Dit kan je als schrijver best een poos laten gebeuren – dat levert soms hele interessante ontwikkelingen op. Maar schrijven vergt ook een fikse dosis discipline, en op een gegeven moment zul je moeten teruglezen om misschien tot de conclusie te komen dat je plot te vaag wordt, inconsistent of wijdlopig.
Tijd om je onwillige personage terug op zijn plek te zetten en de plot te repareren.






zaterdag 15 oktober 2016

HEX Thomas Olde Heuvelt


Soms heb je zon boek dat je in twee dagen uitleest. Je moet gewoon verder lezen. De kat kan wachten, de hond kan wachten, man en kind zorgen zelf maar dat hun voerbak gevuld wordt. Want je moet verder lezen.
Zo'n boek is HEX.

Met HEX is iets grappigs aan de hand. Inmiddels is het boek in 14 talen verschenen en bestaan er drie versies: de oorspronkelijke, een gereviseerde versie met ander einde, en een versie die speciaal voor de Amerikaanse markt is geschreven en waarbij de setting is veranderd in Hudson Valley.
Thomas Olde Heuvelt schrijft in zijn nawoord dat dat is omdat het voor Amerikaanse lezers allemaal te ver van hun bed zou zijn, zon Nederlandse setting. Dat roept dan natuurlijk de vraag op hoe beperkt het inlevingsvermogen van de doorsnee Amerikaanse lezer nu eigenlijk is – en dan vraag je je weer af, of Olde Heuvelt dat publiek geen groot onrecht doet. Ten slotte hoeven horrorklassiekers uit de Verenigde staten en Groot Brittannië ook niet omgekat te worden omdat de Nederlandse lezer zijn gruwelplezier wordt ontnomen zodra de actie zich afspeelt buiten, zeg, Waalwijk. Ik denk dat horror leunt op tamelijk universele angsten, en ik geloof dat angst voor het bovennatuurlijke voor een Amerikaan ook best wel te begrijpen is als het zich in Beek afspeelt.
Persoonlijk vraag ik me dan toch wel af, of het verplaatsten van de setting naar Hudson Valley niet eerder te maken heeft met het verkopen van de filmrechten aan Warner Bros, die een televisieserie wil schrijven op basis van het boek. Nu ja, ook goed natuurlijk.

Het dorpje Beek zucht al eeuwen onder de vloek van een heks. Het hele dorp maakt deel uit van een samenzwering om die heks – die te pas en te onpas verschijnt in en rond het dorp - aan de buitenwereld te onttrekken. Tegelijkertijd zorgt de vloek er ook voor dat de dorpelingen Beek niet kunnen verlaten en dus op elkaar aangewezen zijn.
Voor het aan het oog van toevallige passanten onttrekken van de heks bestaat zelfs een complete verborgen organisatie, HEX.

Een schizofreen uitgangspunt dus. In het begin komt het allemaal nog wat rommelig, wat lacherig over, mensen die in volkomen idiote omstandigheden er het beste maar van maken. We maken het gezin gezin De Graaf van dichtbij mee. Een redelijk en welvarend stel, hij is arts. Twee zonen, Timo en Max, een border collie en twee paarden in de achtertuin. Lief gezin.
Maar het duurt niet lang of er komen barstjes in het olijke oppervlak; kleine gebeurtenissen maken duidelijk onder wat voor hoogspanning de bewoners van Beek leven.
Timo en zijn vrienden willen door middel van filmopnames de heks onder de aandacht van de wereld brengen om zo hopelijk de toestand in Beek te doorbreken. Het groepje jongeren dat de cover up wil opblazen en de groep mensen in Beek die alles bij het oude wil laten en geen enkel middel schuwt om de relatieve rust te bewaren, ze vormen een wankel evenwicht.
Kinderspel verandert al vlug in doodsangst. 

In Hex leunt Olde Heuvelt aan tegen schrijvers als Stephen King, met wie hij dan ook vaak vergeleken wordt. In het uitwerken van de personages en in het opbouwen van de spanning in het verhaal is inderdaad duidelijk dat hij schatplichtig is aan de meester. Waar Olde Heuvelt zich duidelijk onderscheidt van dit grote voorbeeld, is in zijn talent om het absurde in heel alledaagse situaties op vaak hilarische wijze in beeld te brengen, en in de dosis ironie die zijn schrijfstijl bevat, op een manier die aan schrijvers als Terry Pratchet en Neil Gaiman doet denken.
Zo heeft de heks de vervelende onhebbelijkheid overal en nergens in Beek op te doemen. Omdat ze het gezicht van de heks een vervelend uitzicht vindt, hangt Jolanda de Graaf een vaatdoekje over haar hoofd. Af en toe kwam de vergelijking met Tom Sharpes Wilt daardoor in me op: eigenlijk is er weinig om grappig over te doen, toch weet Olde Heuvelt zijn personages in hilarische en absurde situaties te brengen en de zaak daardoor tamelijk uniek te belichten. Me hardop laten lachen en doen trillen van angst tegelijkertijd, dat is nog nooit iemand gelukt. Dat moet je Olde Heuvelt dan toch nageven.
Olde Heuvelt schrijft vrij en associatief. Hij schuwt melige grappen en grof taalgebruik niet. Soms hangt het tegen het puberale aan en wordt het flauw – maar ja, het duurt niet lang voor je toch weer moet lachen om een scherpe opmerking of krankjoreme observatie.
Met name in de dialogen komt dat naar voren: ze zijn casual, de relaties tussen de personages worden er zeer scherp in neergezet.
Niet alleen heeft Olde Heuvelt zijn personages allemaal hun eigen stem gegeven, hij schenkt ook aandacht aan het feit dat ieder mens op een andere manier in relatie staat tot de mensen om hem heen en brengt die verschillende relaties tot uiting in de communicatie. Het lijken verdomme wel echte mensen.

Olde Heuvelt bouwt de spanning vaardig op. Langzamerhand vervalt Beek in anarchie, angst neemt de overhand en de dorpelingen vallen steeds meer terug op primitieve gedragspatronen. Olde Heuvelt beschrijft dit proces aan de hand van kleurrijke figuren als de onheilspredikende schaapherder Jan Orthense, en de slagersvrouw Gemma Holst.
Daarbij valt wel iets op: namelijk dat de rede, het menselijke, het beschouwende wordt vertegenwoordigd door de personages van Pieter van Meerten en Stefan de Graaf, een psycholoog en een arts.
De figuur Kobus Mater belichaamt het conservatieve, het onwrikbare element in de samenleving. Ik stelde mij hem voor als een soort kruising tussen een ouderling van de gereformeerde kerk en de magier uit Meester van de Molen van Otto Pruist. Deze charismatische ouderling wordt voorgesteld als iets van een heel andere orde.
"  ...Kobus Maters conservatisme bevond zich op een geheel ander, amfibisch dieptepunt, alsof het was verfoeid door de evolutie zelf nadat het zich hijgend en zuchtend uit het oermoeras had gesleept, waarna het zich uit pure ellende had omgedraaid en er terug in was gekropen." 
Kobus Mater is voorzitter van De Raad, een orgaan dat in feite het gezag in Beek vertegenwoordigd en er primair op gericht is alles bij het oude te laten.
De belichaming van het primitieve, redeloze en gewelddadige daarentegen wordt vertegenwoordigd door automonteur Theo Stolk, die de rol van beul snel op zich neemt, en door twee schilders die gewillig knokploeg spelen voor Kobus Mater.
Deze indeling naar klasse of opleiding, hoe je het ook precies wilt verwoorden, voelde voor mij ongemakkelijk aan. Dat ook Stefan op het laatst gegrepen raakt door de atmosfeer in Beek en een gruwelijke keuze maakt doet er niet veel aan af: zijn keuze wordt ingegeven uit liefde voor zijn zoon.
Is het onbedoeld dat de verdeling van verschillende rollen grotendeels samenvalt met verschillende opleidingsniveau' s? Vast.

Ergens op driekwart van het boek begint het verhaal wat te dissoneren. Eerst is er de beschrijving van de vloek en de heks op zon manier dat deze het leven in Beek in haar greep houdt – veel moois valt daar niet in te ontdekken. Later in het verhaal lijkt Olde Heuvelt begrip voor de heks te willen kweken, haar positieve intenties toe te willen dichten. Voor mij was die overgang niet voldoende in het verhaal ingebed. We leren tevens dat in de grond van Beek zelf een duisternis schuilt, een oude kracht, ouder dan de heks wellicht. Tegelijkertijd is er nog een idee: dat het kwaad van Beek in de mensen zelf zit. Voor mijn gevoel was dat alles niet in harmonie met elkaar, waardoor deze laag in het verhaal niet helemaal vanzelfsprekend aanvoelde.
Dat had ook te maken met de rol van Kobus Mater. Door Olde Heuvelts beschrijving van Mater als een markante, enigmatische oerkracht in de gemeenschap van Beek, verwacht je als lezer dat er meer is dan dat er op het eerste gezicht lijkt te zijn. Alleen wordt dat later in het verhaal niet waargemaakt. Dat vond ik toch wat onbevredigend.
In plaats daarvan wordt in het einde een grote rol voor Stefan de Graaf gereserveerd. Echter, hoewel met foreshadowing al een voorzet wordt gedaan om diens acties in het laatste deel van het boek voor de lezer aannemelijk te maken, voelde dat voor mij niet heel natuurlijk aan. Plottechnisch klopt het allemaal – Olde Heuvelt is een te vaardig schrijver om hier steken te laten vallen -  maar ik had het gevoel dat de handelingen niet consistent met het karakter waren.
Niet dat het einde nu zo slecht is en damn, ik zat als een gek te lezen want de spanning wordt hier vastgehouden tot het laatste moment, maar uiteindelijk bleef ik toch een beetje achter van, hm, was dit het? Het verhaal eindigt, de cirkel is rond. Ja, je ziet de beelden zo voor je en als einde van de televisieserie zal het waarschijnlijk werken, al houd ik daar ook niet van dit type eindes ( - dat zal het zijn!) Maar als lezer miste ik hier het plezier dat een boek van dit kaliber ná het lezen altijd nog levert.


Kortom: HEX is een pageturner van jewelste en echt heel griezelig (voor de zekerheid heb ik het bij daglicht gelezen), maar tegen het einde vliegen de onderliggende lagen wat uit de bocht. 

Oh ja: inmiddels ben ik echt heel erg nieuwsgierig geworden naar die eerste versie. Als ik die te pakken krijg vul ik deze bespreking zeker aan met een vergelijking.

vrijdag 7 oktober 2016

De Wintertuin Paul Harland

De wintertuin, verzamelde verhalen van Paul Harland 1, is een herpublicatie van de in 1993 bij Babel uitgegeven bundel Remote Control, maar dan minus twee verhalen.
De naam Paul Harland zal velen niet onbekend in de oren klinken: de belangrijkste verhalenwedstrijd van de Nederlandstalige fantasy, science fiction en horror is immers naar hem vernoemd om zijn nalatenschap aan het genre te eren. Ik moet eerlijk zeggen dat ik nog niet eerder wat van hem gelezen had.
Paul Harland is het pseudoniem van Joost Smit, die omgebracht werd door zijn echtgenoot in 2003. Hij heeft een compact oeuvre achtergelaten, waaronder enkele Engelstalige publicaties.
Opvallend aan Harland is dat hij vaak schrijft in collaboratie met andere auteurs, met name Tais Teng en Paul Evanby. Ook in de bundel De wintertuin, het eerste van drie delen verzameld werk uit de nalatenschap van Harland, werkt hij samen met diverse auteurs. Slechts drie van de verhalen zijn geheel van zijn eigen hand. Enkele van de verhalen zal ik uitgebreid bespreken omdat ze samen een goed overzicht geven van de inhoud van de bundel.

De wintertuin opent sterk met het titelverhaal. In mild archaisch, dromerig proza waarin Harland fijnzinnig gekozen woorden samensmeedt tot rijke beelden, wordt een sprookje neergezet over een aantal jongens die wonen in een wereld van sneeuw. Een wereld waarin ze al leven zolang als iedereen zich herinnert. Alleen binnen een beschermende rozenhaag is het leven mogelijk.
Een van hen, Yver maakt een nieuwe jongen van sneeuw, maar om deze tot leven te wekken is een rode roos uit de haag nodig, alleen duurt het wachten erop zo lang.... Daarom besluit Yver een witte roos te gebruiken. Hij overschrijdt hiermee een ongeschreven verbod. En zoals gebruikelijk in sprookjes, heeft dat gevolgen. Sneeuw, zoals de nieuwe jongen heet, is een vervelende indringer in een wereld waar iedereen zachtaardig met elkaar in harmonie leeft. Hij zet mensen tegen elkaar op, heeft al vlug moorden op zijn geweten en zet de appelboom in de fik. En waar Yver een roos uit de rozenhaag geplukt heeft, dringt de sneeuw hun onbezorgde wereld binnen.
Wat volgt is een proces waarin de jongens tegelijkertijd proberen om de indringer te bestrijden, maar ook bij hun waarden te blijven: hoe kan goedheid omgaan met het kwaad? Wanneer wordt goedheid slapte, en wanneer slaat jezelf beschermen om in het vernietigen van je eigen waarden? Het is een thema dat nooit aan actualiteit zal inboeten, en dat in het licht van de eigenaardige omstandigheden rond Harlands eigen einde ook wel een wrange smaak krijgt.
Een foute keuze die een einde maakt aan de onschuld, een appelboom die in de fik gaat... het ligt voor de hand om aan Eva's hap uit de appel te denken. Maar Harland schrijft zijn eigen verhaal, en blijft de jongens eigen keuzes geven waardoor het schuld-en-boete-element een heel andere impact krijgt. Prachtig verhaal.

Het volgende verhaal, Buitendijks in straten van licht, is een samenwerking met Tais Teng en in 1990 verschenen in de Rare Boekjesreeks.
Tess erft het zakenimperium van de familie als haar vader overlijdt. Al vlug probeert iemand haar te chanteren, en ze is slim genoeg om snel te ontdekken wie dat is. Ze besluit tot een tegenactie en komt in aanraking met de hackers van Buitendijks, een leefgemeenschap op zee voor de minder gefortuneerden. Tess past zich vlug aan aan het leven in Buitendijks, neemt wraak en besluit vervolgens om haar leven in eigen hand te nemen.
Tais Teng is natuurlijk een oude bekende, van hem las ik enkele romans, onder andere De Verschroeide Veer. De wereld die geschetst wordt voelt direct vertrouwd voor een lezer die bekend is met Tengs werk. Het leven in een verzopen Nederland, met verschillende rangen en standen die in gescheiden werelden leven zien we ook in later werk terug. Verder zijn de personages ook erg Tengs, flitsende, snel denkende mensen die duidelijke keuzes maken en daarbij een paar handigheidjes in het sociaal verkeer niet schuwen.
Waar Harlands invloed zich op het eerste gezicht laat gelden, is in de taal. Waar Teng de neiging heeft in uitgebeend proza van de hak op de tak te springen, wat er soms voor zorgt dat je als lezer wel erg goed bij de les moet blijven, heeft Harland een soort kalmerende werking op het taalgebruik waardoor dit verhaal bijzonder prettig te lezen is. Het taalgebruik is vloeiend en afgerond, de zinnen zijn prettig uitgewerkt. Ook in de opbouw van het verhaal is dat terug te zien, ook hier geldt dat de diverse elementen verder uitgewerkt zijn, waardoor het geheel makkelijker te volgen is.
Dit is een verhaal waarin het SF voornamelijk als een decor wordt gebruikt. Met allerlei associatieve, bizarre beelden en woorden wordt een exotisch sfeertje opgeroepen – zeg maar het Star Wars kroegeffect.
“ De restauratie was zo goed als uitgestorven. Achter de kassa zat een verveelde pakistani zijn pornostrip te betasten. In een hoek van het restaurant dansten zes clochards een sarabande met een kwetterende witte gibbon.”
In snel tempo passeren SF-vondsten de revue. Een politie die geen cellen meer heeft maar een slot om iemands hoofd gespt zodat deze willoos wordt – ontegenzeggelijk praktisch. Hemelwebben die de schadelijke straling van de zon tegenhouden. Computers die kunnen gedachtenlezen. Het is er allemaal.
En toch... dit verhaal had ook verteld kunnen worden zonder al die opsmuk. De SF-elementen zijn amusant, ze zijn elegant. Dat geldt ook voor de samenleving die wordt geschetst: hier wordt kort aangestipt dat het verschil tussen arm en rijk hemelschrijend groot is. De rijke Tess constateert dat een arme vrouw aan kanker leidt en beseft dat genezing ver buiten haar bereik ligt. Maar het raakt haar niet, het raakt het verhaal niet, het blijft decor en dat is dan toch ergens jammer.

Kort wil ik wat kwijt over het volgende verhaal, Hartelijk dank voor de paars gestippelde das. Dit verhaal is in samenwerking geschreven met Jannelies Smit.
Een delegatie van de universiteit van Blauw Broodboom landt op een wereld om te zien hoe een experiment op de bevolking gegaan is. Al vlug wordt duidelijk dat het gruwelijk is mis gegaan, alleen een dronkaard lijkt op het eerste gezicht nog in leven. De wetenschappers zoeken in de nieuwsarchieven terug wat er gebeurd is.
Dit is een verhaal over wraak. Voor mij was het allemaal te veel een puzzel waarvan de stukjes aan het einde op hun plek vielen. Daarbij was de puzzel aan het begin nog interessant, maar de uitleggerige dialoog aan het einde om de plot uit de doeken te doen – lang nadat de lezer het al uitgeknobbeld had – was wat jammer. Ook hier miste ik weer de echte emoties, gebeurtenissen lijken langs de personages af te glijden. Voor mij was dit verhaal daardoor toch wat minder bevredigend.

Dan volgt weer een samenwerking met Tais Teng: Rasclew of de kunst van het bloemhouwen.
Axtell groeit op in de ongerepte natuur van de planeet Ardulais. Hij is echter voorbestemd om te huwen met een meisje op de naburige planeet Rasclew, een steriele planeet waar alles kunstmatig is – huwelijken worden geregeld door een commissie. Hij barst echter van de heimwee. Zijn vrouw en hij groeien uit elkaar, deels omdat hij niet kan aarden in haar wereld. Axtell bedenkt een plan om terug te keren naar zijn thuisplaneet. Maar of dat lukt?
Teng en Harland hebben veel aandacht geschonken aan de natuur van Ardulais, aan de zorgvuldige interacties hiermee van de mens op deze planeet en zetten dat mooi tegenover de wereld Rasclew waar niets natuurlijk is en de natuur enkel in gemanipuleerde en bedwongen manier ten dienste van de mens staat.
Dit is een sterk verhaal. Hier vormt de omgeving niet zomaar een decor maar vormt de aanleiding voor de problemen en keuzes van het hoofdpersonage. Hoe een individu zich bekneld weet door tradities en wetten en en keuzes maakt waarin veel op het spel staat.

Retrometheus is een samenwerking met Mike Jansen. Ik heb van deze auteur enkele korte verhalen gelezen als jurylid voor Fantastels, en dat smaakte naar meer. Dus ik begon met hooggespannen verwachtingen aan dit verhaal. Jammer genoeg vond ik het een van de mindere uit deze bundel. Eerlijk gezegd begon dat al met de premise. Diep Oscar Wilde en Napoleon uit de geschiedenis op om de USSR een nieuwe impuls te geven.
De strijd die vervolgens tussen de heren ontstaat vond ik niet erg overtuigend. Er is te weinig interactie met de al bestaande machtsfactoren en daardoor blijft dit verhaal een academische vingeroefening. Maar misschien is dit type verhalen gewoon niet my cup of tea, kan ook.

Eligie voor kleine helden is een samenwerking met Paul Evanby. Een wereld waarin mensen op wortels wonen en waarin sla drijft, dat kan al vlug de kneuterigheid van een ouderwets jeugdboek krijgen. Maar nee, deze wereld voelt echt aan, is goed uitgewerkt en wordt ook nergens uitleggerig, we ervaren hem door de ogen van de personages als rond en rijk. Op deze wereld is de atmosfeer ongeschikt voor mensen en groentes zijn genetisch gemanipuleerd om als woonplaats voor hele gemeenschappen te dienen.
Het is een beschaving in verval, oorspronkelijke kennis van het onderhouden en kweken van wereldgroentes is aan het verdwijen. Tegen deze achtergrond bewegen de kleine helden, de personages van dit verhaal zich. Hoewel ze zich voor praktische problemen gesteld zien en tot het uiterste gaan om zichzelf en hun wereld te redden, heeft deze intieme elegie de weemoedigheid die je mag verwachten. Het gebeurt niet zo vaak dat een kort verhaal mij echt weet te raken, door mijn hoofd blijft spoken. Hier gebeurde dat.
Alleen al voor dit verhaal zou je deze bundel moeten aanschaffen.

Het is wat bijzonder als je de schrijfkunsten van een auteur voornamelijk moet afleiden uit zijn samenwerking met je al bekende auteurs. Ik vind het dus ook bijzonder lastig om nu al conclusies te trekken over de schrijver Harland.
Over alle verhalen heen kan misschien vast opgemerkt worden dat Harland een begenadigd verhalenverteller is, met een goed gevoel voor hoe taal de sfeer beïnvloedt en een scherp oog voor zijn personages.
In samenwerking met Tais Teng leidt dat tot een rustigere bladspiegel en verder uitgewerkte scenes waardoor het verhaal over het algemeen minder springeriger is, en de veelheid aan ideeën des te beter uit de verf komt. Bij Paul Evenby vond ik opvallend dat het verhaal uiterst toegankelijk was geschreven, met name omdat de psychologische lagen dicht aan de oppervlakte kwamen.
Over de bundel als geheel valt natuurlijk wel wat te zeggen. Over het algemeen waren het fijn leesbare verhalen, waarbij opgemerkt dat een aantal ervan wat oppervlakkig bleven: het zijn elegante verhalen die vooral de zintuigen van de verbeelding prikkelen. De beelden- en ideeënrijkdom springt het meest in het oog. De synergie met auteurs die nu tot de meest vooraanstaande in de Nederlandse SF gerekend mogen worden geeft de bundel een extra dimensie. Ze laat zich lezen als een tijdsdocument: een boeiend inzicht in de fantastiek van eind vorige eeuw.


De wintertuin
Paul Harland
Uitgeverij Verschijnsel
ISBN 9789078720119